Wetenschapper: “Het is niet de vraag óf, maar hoe groot de tweede golf wordt. En of er nog een derde komt”

Een pandemie komt nooit in één keer, waarschuwt historicus Niall Ferguson van de Hoover Institution in Stanford. De vraag is dan ook niet óf, maar wanneer de tweede golf komt, schrijft de professor in een column in The Sunday Times.

“Alle grote historische pandemieën zijn in golven gekomen, van de pest in de 14de eeuw tot de pokken in de 18de eeuw,” klinkt het. “Soms was de tweede golf erger dan de eerste. De Spaanse griep van 1918-19 was daar een voorbeeld van. Sommige delen van de wereld werden in het begin van 1919 een derde keer getroffen – vooral Engeland, Wales en Australië.”

Nog een voorbeeld: “De grieppandemie van 1957-58 begon midden april 1957 in Hongkong. In juni bereikte hij Amerika, waar in het najaar veel tieners stierven. Maar in januari-maart 1958 volgde een tweede golf en in het begin van 1960 en 1963 waren er opnieuw pieken van oversterfte.”

Belangrijkste argument voor een tweede golf is het gebrek aan groepsimmuniteit. Zelfs in het zwaar getroffen New York is maar 21 procent van de bevolking besmet. “Als de lockdowns worden versoepeld en mensen weer aan het werk en naar school gaan, is het bijna ondenkbaar dat er niet opnieuw meer besmettingen, zieken en doden zullen volgen. We zien dat nu al in delen van Azië, onder meer in Singapore en het noorden van China,” zegt de historicus.

Ferguson vreest ook dat het warmere zomerweer niet veel invloed zal hebben op de besmettingsgraad. “Maar als het weer toch een rol zou spelen, kan de tweede golf in oktober komen, als het kouder wordt en de meeste scholen en universiteiten weer normaal proberen te werken,” klinkt het somber.

De wetenschapper besluit: “Het is alleen de vraag wanneer de tweede golf precies zal ­komen, hoe groot hij zal zijn en of hij door een derde zal worden gevolgd.”

Bron(nen):   De Standaard (€)