Forensisch onderzoek onbetrouwbaar

Niet alleen in ons land komen de laatste jaren verdachten vrij, die jarenlang vastzaten op basis van technisch bewijs. Dat gebeurt in de Verenigde Staten ook. In nog al wat gevallen waarin ooit op basis van forensisch onderzoek (haren, bloedsporen, vingerafdrukken) een veroordeling gerechtvaardigd leek, bewijst later DNA-onderzoek dat het forensisch bewijs kennelijk niet deugde. De forensische wetenschap verkeert, volgens de New Scientist, dan ook wereldwijd in een diepe crisis. 
Volgens een studie van de Amerikaanse National Academy of Science is er alle reden om serieus te twijfelen aan de gevestigde normen van de forensische wetenschap. Nu worden bij het ontrafelen van misdrijven bewijzen gevonden, dan wel juist bewijzen verworpen, zonder dat daarvoor deugdelijke gronden zijn. In de Verenigde Staten zijn, net als in Nederland, de afgelopen jaren in een aantal ruchtmakende zaken sterke twijfels gerezen over de waarde van technisch bewijs. Vorige maand werd bijvoorbeeld Steven Barnes na twintig jaar vrijgelaten. Hij zou destijds een meisje hebben vermoord. Het bewijs berustte op grondmonsters in de banden van Barnes’ vrachtwagen, die hetzelfde waren als de grondresten op de jeans van het slachtoffer. Een recent DNA onderzoek bewees echter de onschuld van de veroordeelde. Na twintig jaar gevangenschap. 
Het rapport van de Academy of Science zegt dat alleen DNA-onderzoek echt waterdicht bewijs levert. Alle andere methoden kunnen tot foute oordelen leiden. De Academy pleit er dan ook voor forensische bewijzen met veel meer distantie en relativering te bezien. Hoe vernietigend het rapport ook is, veel forensische wetenschappers zijn er niet ongelukkig mee. "Het werd tijd dat iemand de vaststelling deed dat ons werk niet per se tot de absolute waarheid leidt," zegt Michael Baden, de baas van het forensisch instituut van de New York State Police, die onder de (moord) zaak O.J. Simpson deed. "Die relativering maakt ook duidelijk waarom zoveel onschuldige mensen worden veroordeeld." Hij noemt het voorbeeld van een iemand die werd veroordeeld op basis van een haar aangetroffen op de kleding van het slachtoffer. Het leek overtuigend bewijs, maar twintig jaar later bleek uit beschikbaar gekomen DNA dat de verkeerde dader had vastgezeten. Het lijkt wel de Deventer moordzaak.