Zeven redenen waarom de Body Mass Index (BMI) flauwekul is

De halve wereld (onze helft) slooft zich uit in sportscholen en dieetclubs om een BMI te halen van tussen de 18 en 25. Want dan weeg je niet teveel of te weinig. 
De Body Mass Index bereken je door je gewicht te delen door het kwadraat van je lengte. Dat klinkt indrukwekkend wetenschappelijk en het gaat er dan ook in als koek. Google geeft 17 miljoen resultaten voor BMI. Alleen: het slaat nergens op.
1. Het is het hulpmiddeltje van een oude Belg.
De Belg  Lambert Adolphe Jacques Quetelet, een wiskundige (die niets van voeding wist) die de Index 200 jaar geleden bedacht, wist zelf dat hij geen ideale maatstaf had bedacht. Het was meer een handig hulpmiddeltje om idee te hebben van wie te dik is en wie niet.
2.Het is wetenschappelijk onzin.
Quetelet moest wat rommelen met zijn formule om iets te krijgen wat werkte. En zo kwam het kwadraat in de formule terecht. Hij was op zoek naar een norm voor grootschalig bevolkingsonderzoek, niet naar een norm voor individuele personen. De formule trekt zich ook niets aan van buikomvang, terwijl duidelijk is dat die wel iets zegt over overgewicht.
3.Het is fysiologisch onzin.
Het houdt immers geen rekening met de verhouding van bot, spier en vet. Goed getrainde mensen met veel spieren kunnen zo te boek komen te staan als te zwaar.
4. Het is niet logisch
Zoals Quetelet zijn formule heeft bedacht kun je wél concluderen dat iemand die overgewicht heeft een BMI heeft van boven de 25. Maar je kunt niet het omgekeerde concluderen.
5. Het is statistisch niet in orde.
Quetelet bedacht zijn formule voor mensen die een tamelijk inactief, zittend leven lijden. Daar klopt het wel zo’n beetje. Maar voor andere groepen mensen, mensen die heel actief zijn en gezond, klopt het helemaal niet.
6. Het is een vorm  van wetenschappelijk liegen.
Omdat BMI het resultaat is van een formule en wordt uitgedrukt in een formule hangt er een zweem van wetenschappelijkheid om heen. Maar geheel ten onrechte. Met wetenschap heeft het niets van doen. Het is ooit, 200 jaar geleden, bedacht als vuistregel en meer dan dat is het niet
7. Er hangt een suggestie om heen van nauwkeurigheid.
Lager dan 18 is te mager, tussen 18 en 25 is prima, tussen 25 en 27 is een beetje te dik, en daarboven is obees. Dat klinkt heel nauwkeurig maar is lariekoek.

Bron(nen):   NPR