Zo herken je een leugenaar: je moet niet kijken, maar luisteren

Er zijn bekende signalen waaraan je kunt zien of iemand liegt: kijk naar het gefriemel met vingers, gaat er een hand naar het oor? Flitsen de ogen nerveus heen en weer of bloost iemand? Toch zegt dat soort lichaamstaal eigenlijk niet zoveel, weet een leugenonderzoeker. Je kunt veel beter luisteren naar wat iemand voor verhaal ophangt.

Geuren en kleuren
Rechtspsycholoog Glynis Bogaard van de Universiteit Maastricht, die onderzoek gaat doen naar het herkennen van leugens, vertelt in de Volkskrant dat bij een politieverhoor bijvoorbeeld nerveuze lichaamstaal net zo goed kan voortkomen uit stress over de situatie. Het wil niet zeggen dat iemand liegt. Dat kun je beter afleiden uit wát iemand zegt.

"Mensen die de waarheid spreken, vertellen spontaan allerlei details: kleuren, geuren, tijdstippen, wat ze zagen, afstanden, wat ze zoal deden. En ze corrigeren zichzelf: oh nee, het was pas om twee uur, want ik heb eerst nog geluncht. Leugenaars houden vast aan dat ene verhaal dat ze uit hun hoofd hebben geleerd. Ze vertellen minder vaak en minder uitgebreid hoe lang iets heeft geduurd, geven geen zogenoemde temporele details."

Werkgeheugen
Een handige manier om achter de waarheid te komen, is iemand het verhaal nog eens te laten vertellen, maar dan van achter naar voren. "Liegen vormt een heel zware belasting voor het werkgeheugen. Leugenaars hebben hun verhaal vooraf voorbereid, het is heel moeilijk voor ze als ze daarvan af moeten wijken door het om te draaien."

Je kunt ze ook een tekening laten maken van de situatie, aldus Bogaard. "Waar stond jij precies, waar stond die ander, hoe ver weg? En je kunt onverwachte vragen stellen: je alibi is dat je bent gaan lunchen met een goede vriend: waar zat jij? Hoe lang heb je gewacht op je eten? Wie kreeg als eerste zijn bord? Het is moeilijk daarop vlot antwoord te geven als je liegt."

Bron(nen):   De Volkskrant