Kinderen met dyslexie horen teveel klanken

Pasgeboren baby’s kunnen in de eerste levensmaanden klanken in bijna alle talen van de wereld onderscheiden, maar binnen een jaar hebben ze zich aangepast aan de moedertaal en horen ze alleen nog maar de klankverschillen die voor hun eigen taal relevant zijn. Kinderen met een verhoogd risico op dyslexie behouden deze aangeboren universele klankgevoeligheid. Daardoor horen zij veel meer verschillende klanken dan andere kinderen, maar hebben ze ook meer moeite met het onderscheiden van bepaalde klanken in de eigen taal. Hun klankperceptie is onvoldoende aangepast aan de eigen taal.

Dr(s) Mark Noordenbos van het Behavioural Science Institute (BSI) van de Radboud Universiteit promoveert op 4 november op een onderzoek waarbij dit als eerste aangetoond werd bij kinderen van 5-6 jaar. Hij vergeleek kinderen van ouders met dyslexie (dyslexie is erfelijk) en kinderen van ouders die dat niet hebben.

De resultaten van zijn onderzoek bieden perspectieven om dyslexie in een vroeg stadium vast te stellen en kinderen sneller extra begeleiding te bieden, waardoor ze minder leesachterstand oplopen op school.

 

Bron(nen):   Radboud Universiteit      

1 Reactie Doe mee met de discussie →