Een verstandige klimaatprofessor

Natuurlijk is de klimaatwetenschap niet alleen oplichterij. Die indruk kan even zijn ontstaan na het uitlekken van gehackte e-mails van de universiteit van East Anglia, waaruit een verpolitiekt en een verziekt beeld van de klimaatwetenschap naar voren kwam. 
Maar Mike Hulme, klimaatwetenschapper aan diezelfde universiteit van wie ook e-mails zijn uitgelekt, legt in The Wall Street Journaal (een krant die nogal kritisch staat tegenover de VN en de aanstaande klimaattop in Kopenhagen) op voorbeeldige wijze het verschil uit tussen klimaatwetenschap en klimaatpolitiek. 
De polarisering tussen twee kampen is mede ontstaan doordat het grote publiek ook zelf opvattingen heeft en slechts voor een klein deel volledig overtuigd is van het idee dat de mens een hand heeft in de opwarming van de aarde. Bij zoveel ‘doofheid voor de wetenschap’ bestaat er ook onder wetenschappers de menselijke neiging om emotioneler te worden, harder te gaan schreeuwen en activistischer te worden. 
Tegelijk verwacht het publiek te veel zekerheden van de wetenschap, zekerheid die de wetenschap juist niet kan geven, niet over de klimaatverandering en ook niet (als dat al gewenst is) wat voor maatregelen er genomen moeten worden om daar iets tegen te doen. Vandaar alle verwarring, vertekening en toenemende polarisering. 
Een verstandig stuk, dat al met al nogal sceptisch klinkt. Mike Hulme schreef dan ook het boek ‘Why We Disagree About Climate Change’. Dat ondergraaft tenminste het idee dat alle klimaatwetenschappers het met elkaar eens zijn. 
Gelukkig maar, want consensus (altijd iets tijdelijks) is eerder politiek dan een wetenschap.

Bron(nen):   The Wall Street Journal