De wonderlijke avonturen van de (gestolen) hersenen van Einstein

Toen patholoog Thomas Harvey  de autopsie deed op het lijk van Albert Einstein, verwijderde hij – volgens de regels – diens hersenen. Maar wat niet volgens de regels was: hij stopte ze na onderzoek niet terug in de hersenpan, maar stopte ze in een pot formaldehyde en ging er mee van door. NPR vertelt het wonderbaarlijke verhaal van wat sinds die diefstal in 1955 gebeurde met de hersenen van het genie en hoe die hersenen tenslotte bijdroegen aan een wetenschappelijke doorbraak. Harvey zei dat hij de diefstal pleegde uit wetenschappelijke verantwoordelijkheidsbesef. Hij zond belangstellende onderzoekers door de jaren heen stukjes van Einsteins hersenen op.
Daarin opereerde hij niet altijd ordelijk. Toen de wetenschapper  Marian Diamond, van Berkely, een stukje vroeg hoorde ze drie jaar lang niets van Harvey tot dat op zekere dag de post een mayonaisepot bezorgde waarin stukjes zaten van de hersenen van Einstein. Tenslotte, zo vertelt het verhaal in NPR, droegen de hersenen van Einstein nog bij aan de ontdekking van het feit dat een stof waarvan lang werd aangenomen dat hij slechts diende om de hersenen bij elkaar te houden (een soort lijm) eigenlijk heel belangrijk waren voor cognitieve processen. De hersenen van Einstein bleken heel veel van die lijm te bezitten, wat zijn genie verklaart.
In het stuk wordt vertelt hoe Harvey door Amerika reist met de hersenen in een tupperware bakje en hoe hij poogt ze weer te bezorgen bij de rechtmatige eigenaars: de erven Einstein. Dat lukt niet: die willen het bakje met de restanten van de hersenen niet meer hebben.

Bron(nen):   NPR