Het chronisch vermoeidheidssyndroom bestaat en komt door een beestje

De Amerikaanse voedsel- en gezondheidsautoriteit FDA en het nationaal gezondheidsinstituut NIH hebben onafhankelijk van elkaar de resultaten van een studie naar het verband tussen het virus XMRV en ME/CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom, bevestigd.
Dat is belangrijk nieuws voor (keurings)artsen, onderzoekers, patiënten en belangenverenigingen.
De onderzoeksresultaten die in oktober 2009 in Science gepubliceerd werden tot nu toe niet door andere studies bevestigd., die de is een vooraanstaand onderzoeker op het gebied van de infectieziekten ter wereld.
Eerder deed hij onderzoek dat leidde tot de ontdekking van het hepatitis C-virus. Uit het onderzoek dat gepubliceerd werd in Science bleek dat 67% van 101 CVS-patiënten drager was van het xenotropic murine retrovirus (XMRV). Slechts 4% van de 218 gezonde deelnemers aan het onderzoek testten positief getest voor dit retrovirus. Volgens de bevindingen van Dr. Harvey Alter van het NIH komt het virus voor bij 3 tot 7% van de bevolking.
Een woordvoerster van het NIH zei dat ze geen commentaar geven op het verslag, omdat ‘de gegevens nog niet gepubliceerd zijn’, maar zij werden wel door Alter gepresenteerd tijdens een besloten workshop in Zagreb. Hieruit blijkt dat er een zeer sterk verband is tussen het virus en ME/CVS, maar een oorzakelijk verband is nog niet bewezen. Overdracht via het bloed is ook niet bewezen, maar wel waarschijnlijk. Daarom adviseert de koepelorganisatie van Amerikaanse bloedbanken AABB haar leden om mensen met een ME/CVS-diagnose actief te ontmoedigen bloed te doneren. Eerder besloten de bloedbanken van Canada, Nieuw-Zeeland en Australië al (ex-)patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom voorlopig uit te sluiten van donatie.

Bron(nen):   The Wall Street Journal