De trompet van de narcis is een nieuw bloemorgaan

Bloemen bestaan normaal gesproken uit 4 bloemorganen: groene kelkbladeren, kroon- of bloembladeren, meeldraden en 1 of meer vruchtbladeren. Trompetnarcissen hebben behalve kroonbladeren ook een bijkroon of trompet. De kroonbladeren zijn geel en de bijkroon is diepgeel. Begin vorige eeuw werd al gediscussieerd over de vraag of de bijkroon bij de bloembladeren of bij de meeldraden hoort totdat Agnes Arber in 1930 de knoop doorhakte en besloot dat de trompet bij de kroonbladeren hoort.

Nu hebben botanici van de Universiteit van Oxford honderden bloembollen ontleedt en zij zijn tot de conclusie gekomen dat de bijkroon een afzonderlijk bloemorgaan is. Zij ontdekten dat de narcis in haar vroege ontwikkeling geen bijkroon heeft. De andere bloemorganen worden al in een vroeger stadium gevormd. Deze 4 bloemorganen hebben 1 aanhechtingspunt: de bloembodem of bloembeker. Daar ontstaat ook de trompet: niet als onderdeel van de bloembladeren of meeldraden, maar pas vrij laat in de ontwikkeling van de bloem.

Bron(nen):   BBC News