Bloedtransfusie: het middel is soms erger dan de kwaal

Bloed is goed, maar niet voor iedereen. Intensive-carepatiënten kunnen flink benauwd worden en zelfs sterven door een bloedtransfusie, blijkt uit onderzoek in het AMC. Vooral donorbloed van moeders is riskant.

Ongeveer 3/4 van de IC-patiënten krijgt donorbloed toegediend. Dat geeft kans op acute longschade, doordat het afweersysteem van de patiënt zo heftig reageert op het donorbloed, dat bloedvaten in de longen lek raken, de longen vollopen met vocht.

Waarschijnlijk ontstaat longschade pas nadat het lichaam 2 klappen heeft gehad. De 1e klap is een gebeurtenis die het afweersysteem op scherp stelt. Dat kan van alles zijn, bv. een auto-ongeluk, een grote operatie of een heftige infectie. Deze gebeurtenissen zorgen ervoor dat witte bloedcellen – belangrijke afweercellen – in opperste staat van paraatheid gebracht worden. Deze hyperalerte cellen nestelen zich in de bloedvaten in de longen. Er hoeft maar iets te gebeuren of ze spuwen stoffen die een cascade van afweerreacties in gang zetten. De 2e klap voor het lichaam is de bloedtransfusie, Soms komt het afweersysteem van een gezond iemand in aanraking met vreemd bloed, bijvoorbeeld tijdens de bevalling van een kind. Dan worden antistoffen aangemaakt. Als deze persoon vervolgens bloed doneert, kunnen de antistoffen de witte bloedcellen van een patiënt activeren en een heftige afweerreactie teweeg brengen.

De problemen zijn grotendeels te voorkomen door bloed van donoren die veel kans hebben op antistoffen, te scheiden van de rest. Zo bevat 40% van het afgestane bloed van moeders antistoffen. Bij andere donoren is dat gemiddeld 5%. In Engeland wordt daarom sinds 2003 geen vrouwenbloed meer gebruikt voor het maken van plasma, de vloeistof waarin zich rode bloedcellen en bloedplaatjes bevinden. De antistoffen zitten namelijk ook in het bloedplasma opgelost. In 2007 nam de Nederlandse bloedbank Sanquin hetzelfde besluit. Wel blijft donorbloed van vrouwen nodig voor het verkrijgen van losse stoffen, bv. ter behandeling van mensen met een erfelijke stollingsstoornis. Frankrijk en Duitsland overwegen om hun donorbloed routinematig te testen op antistoffen, maar dat kost nogal wat. In Scandinavië voegen ze bloed van meerdere donoren samen om zo de antistoffen te verdunnen.

Het bewijs dat het donor- en transfusiebeleid wereldwijd moet veranderen, stapelt zich op. Terughoudendheid is geboden: geef pas bloed als het écht nodig is!’.

Bron(nen):   AMC Magazine