Bekende astronoom: “Ik wed dat het wemelt van het buitenaards leven”

Dat er buitenaards leven bestaat, is voor astronoom Michaël Gillon (47) haast logisch. In Vlaamse krant De Morgen vertelt een van de meest invloedrijke mensen volgens Time, dat 'alles mogelijk is'.

"Maar wat we vooralsnog zeker weten, is dat de bouwstenen van leven zoals we het hier kennen, zoals koolstof en aminozuren, elders in het Melkwegstelsel aanwezig zijn," legt Gillon, werkzaam aan de universiteit van Luik, uit. Het is niet per se makkelijk om leven op andere planeten te ontdekken. "Maar de ingrediënten vinden we dus overal terug. Ik wed dat het daar wemelt van leven."

Gillon hangt twee mogelijke hypotheses aan. "De eerste is de theorie van de grote filter. Er is wellicht buitenaards leven in de vorm van kleine organismen, maar misschien zijn er nog stappen nodig om ook complex en intelligent leven te krijgen en zijn die stappen wel onwaarschijnlijk. Want intelligentie is een evolutionaire oplossing die goed werkt, maar ze is niet essentieel. Het is een toevallig kenmerk. En er zijn op aarde erg veel stappen nodig geweest om tot intelligentie te komen. Ik denk dat het trouwens ook zou kunnen dat te veel intelligentie nefast is, omdat een soort dan te dominant wordt en haar eigen bronnen opsoupeert, zoals wij dat doen."

Mieren
"De tweede hypothese is dat wij hier nog maar te kort zijn om intelligent buitenaards leven te kunnen vaststellen. Het Melkwegstelsel is 13 miljard jaar oud en wij zijn hier 2 miljoen jaar. Het is goed mogelijk dat er al intelligente beschavingen zijn geweest die er ondertussen niet meer zijn."

"Bovendien is ons beeld van lieve weirdo's die boodschappen sturen of eens een kijkje komen nemen wellicht fout. Het is plausibeler dat een intelligente soort aan de top van de keten geen ander intelligent leven naast zich verdraagt in het ecosysteem van het Melkwegstelsel. Wij hebben als soort ook andere mensachtigen over de kling gejaagd." Maar waarom zijn we er dan nog? "Omdat wij vooralsnog geen bedreiging vormen en vergelijkbaar zijn met wat de mieren in onze tuin zijn voor ons. Oninteressant. Maar zodra ze in je huis komen en de suiker opeten, ga je ze verdelgen.'"