Mensen hebben nog steeds de genen voor een dikke vacht

Ongeveer een miljoen jaar geleden verloren wij mensen het grootste deel van ons lichaamshaar, een sleutelmoment in onze evolutie. Uit een studie blijkt dat de genen om de begroeiing weer 'aan' te zetten nog in ons gnoom aanwezig zijn.

De studie, gepubliceerd in het tijdschrift eLife, vergeleek onze genetische blauwdruk met die van 62 andere zoogdieren, waaronder olifanten, zeekoeien en gordeldieren, en onderzocht hoe haarloosheid bij verschillende soorten op verschillende tijdstippen evolueerde. Het werk identificeerde ook nieuwe genen en genregulatoren die verband houden met lichaamshaar, een ontdekking die op een dag kan worden gebruikt om miljoenen mensen/mannen te behandelen.

De techniek van het vergelijken van brede veranderingen in de genetische codes van verschillende zoogdieren kan wetenschappers ook in staat stellen vragen te onderzoeken met ingrijpende implicaties voor de menselijke gezondheid: welke genen ontwikkelden zich om naakte molratten te beschermen tegen kanker, en kunnen ze bij mensen worden gemanipuleerd om de ziekte te behandelen of te voorkomen? Door welke genetische veranderingen kunnen Groenlandse walvissen tot 200 jaar leven, veel langer dan de mens, en kan de kennis worden gebruikt om onze levensduur te verlengen?

Eén theorie stelt dat het verlies van lichaamshaar voordelig bleek te zijn voor de jacht in warme klimaten. Minder haar, in combinatie met de ontwikkeling van een systeem waardoor het lichaam kon afkoelen door te zweten, kunnen belangrijke veranderingen zijn geweest waardoor mensen betere jagers konden worden, in staat om een ​​prooi tot uitputting te achtervolgen.

Bron(nen):   Washington Post