6 nutteloze lichaamsdelen, die zijn overgebleven van de evolutie

Ooit liepen we op vier benen, klommen we in bomen en hadden we een staart. Hoewel die tijd reeds ver achter ons ligt, zijn er nog steeds lichaamsdelen die herinneren aan die periode.

Evolutionair antropoloog Dorsa Amir noemt zes ‘evolutionaire overblijfselen’.

1. De palmaris longus
Dit is een spier die over je pols loopt. Als je een vuist maakt, kun je hem zien. Bij veertien procent van de mensen is de spier al verdwenen. Hij was ooit bedoeld om het vast grijpen van takken te vergemakkelijken.

2. Darwin’s tuberkel
Dit kleine bobbeltje bovenop je oorschelp maakte het vroeger makkelijker om je oren te bewegen, maar sinds we een beweegbare nek hebben, is het niet meer nodig.

3. Het stuitbeen
Ons stuitje herinnert ons eraan dat we ooit een staart hadden, bedoeld voor evenwicht en beweging. Nu nog groeit er bij embryo’s een staart, maar die wordt door het lichaam weer afgebroken.

4. De plica semilunaris
Dit was ooit onderdeel van een derde ooglid, dat horizontaal knipperde. Sommige katachtigen hebben het nog steeds.

5. Kippenvel
We krijgen kippenvel van schrik, angst, ontroering of koude. Dat onze haren dan recht overeind gaan staan, zorgt voor een extra laagje dat warmte biedt.

6. Babyreflex
Een baby zal vrijwel altijd je vinger vastgrijpen als je hem in zijn hand legt. Dat is een evolutionaire reflex die nog uit de tijd stamt waarbij het belangrijk was dat een baby snel de hand van de moeder pakte.

Bron(nen):   The Independent