De geschiedenis van
gokken moet herschreven worden. Niet de Oude Wereld, maar de oorspronkelijke bewoners van Amerika waren de echte kansspelpioniers. Dat blijkt uit de vondst van 12.000 jaar oude 'dobbelbotjes'.
Wetenschappers dachten lange tijd dat gokken, kansberekening en het gebruik van dobbelstenen in de 'Oude Wereld' is uitgevonden. Maar nieuw archeologisch onderzoek zet dat beeld volledig op z’n kop. Inheemse Amerikanen dobbelden al in het laat-Pleistoceen, de tijd van mammoeten en ijstijden.
Wyoming, Colorado en New Mexico
Onderzoek van promovendus Robert J. Madden van de Colorado State University laat zien dat gokken in Noord-Amerika al minstens 12.000 jaar geleden bestond. De oudste vondsten zijn gedaan in de staten Wyoming, Colorado en New Mexico. Na analyse bleek dat ze zo'n 7.000 jaar ouder zijn dan de oudste dobbelstenen uit Eurazië, gevonden in Mesopotamië.
Het is dus de hoogste tijd om de geschiedenisboeken te herschrijven. “Historici hebben dobbelstenen en kansberekening traditioneel beschouwd als innovaties uit de Oude Wereld”, schrijft Madden in zijn onderzoek.
Binaire loten
De vondsten bestaan niet uit klassieke dobbelstenen zoals wij die kennen. Geen zeszijdige kubussen, maar kleine stukjes bot. Plat of licht afgerond, met markeringen aan beide kanten.
Die botjes, ook wel binaire loten genoemd, werden samen opgegooid. Afhankelijk van hoe ze landden, bepaalde de bovenkant de uitkomst van het
spel.
“Uit archeologische vondsten blijkt dat oude inheemse Amerikaanse groepen al duizenden jaren eerder dan gedacht, doelbewust voorwerpen maakten die ontworpen waren om willekeurige uitkomsten te produceren en die uitkomsten gebruikten in gestructureerde spellen”, aldus Madden.
Gokken als cultuur
Dit waren dus geen primitieve experimenten, maar echte spellen met regels en betekenis. Gokken was onderdeel van de cultuur, concludeert de archeoloog. “Dit zijn geen toevallige bijproducten van botbewerking. Ze zijn gemaakt om willekeurige resultaten te genereren.”