Afslankinjecties lijken niet alleen kilo’s, maar mogelijk ook ziekterisico en sterftekans omlaag te brengen – al is het bewijs nog pril en de prijs hoog.
Nieuwe middelen als semaglutide en tirzepatide bootsen het darmhormoon GLP‑1 na, waardoor mensen minder honger hebben en vaak tientallen kilo’s verliezen. Dat gewichtsverlies is cruciaal, omdat
obesitas de kans op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en bepaalde kankers verhoogt, aandoeningen die de
levensverwachting aantoonbaar verkorten. In recente onderzoeken daalde bij gebruikers van deze injecties niet alleen het gewicht, maar ook het risico op hartinfarct en overlijden door hart- en vaatziekten.
Toch zijn de prikken geen magische verjongingskuur. Patiënten kampen geregeld met misselijkheid, diarree en galproblemen, en het langetermijneffect op bijvoorbeeld
alvleesklier en schildklier is nog niet goed bekend. Bovendien moet je de middelen meestal langdurig blijven gebruiken; stop je, dan komt het gewicht vaak weer terug. En ze zijn duur, waardoor ze voor veel mensen buiten bereik blijven zolang verzekeraars terughoudend zijn.
De belangrijkste les:
afslankinjecties kunnen voor een beperkte, hoogrisicogroep een medisch hulpmiddel zijn om langer gezond te leven – maar alleen in combinatie met een gezonde leefstijl, en pas na een eerlijk gesprek met de arts over risico’s en verwachtingen