Bij 30 graden buiten is het asfalt al bijna 60 graden: zo herken je dat je hond of kat oververhit raakt

dieren
dinsdag, 11 augustus 2026 om 10:25
193811231_m

Jij loopt op schoenzolen, je hond niet. Op een dag van 30 graden is de zwarte weg onder zijn poten geen 30 maar richting 60 graden — heet genoeg voor blaren in minder dan een minuut. En als het dan misgaat, grijpen de meeste baasjes naar precies de verkeerde handdoek.

De rekensom die je op straat kunt maken

Asfalt is geen thermometer, het is een accu. Het slaat zonnewarmte op en geeft die de hele middag weer af, ook als er een verkoelend briesje staat. Metingen van hondenorganisaties komen bij 25 graden buitentemperatuur uit op ruwweg 42 tot 52 graden asfalt, en bij 30 graden op ergens tussen de 50 en 60 graden. Vanaf een graad of 52 begint weefselschade. Dat gaat snel: een minuut op zulk asfalt kan al blaren opleveren.
De test is gratis en duurt zeven seconden. Leg de rug van je hand plat op de stoep. Houd je dat geen zeven seconden vol, dan is het ook te heet voor pootkussentjes. Kunstgras, zand en donkere klinkers scoren trouwens net zo beroerd.
Te heet voor je hand betekent te heet voor je hond. Zo simpel is de rekensom.

Wat je hond laat zien voordat het misgaat

Honden zweten nauwelijks. Ze lozen warmte via hijgen en via hun voetzolen — precies de zolen die op heet asfalt juist warmte opnemen. De eerste signalen zijn onrust, zwaar hijgen met ver uitstekende tong, veel kwijlen en het actief opzoeken van koele plekken. Verslechtert het, dan zie je knalrode slijmvliezen, wankelen, braken of diarree, en uiteindelijk niet meer reageren en instorten.
Kortsnuitige rassen, oude honden, dikke honden en honden met een dikke vacht lopen het hardst tegen de grens aan. Boven de 29 graden geldt: plasrondje, schaduw, water, klaar. Fietsen met de hond is boven de 20 graden al af te raden.

Bij katten is hijgen het alarm

Een kat die hijgt, is bijna nooit een kat die het gezellig heeft. Katten zoeken normaal zelf een koele tegelvloer op; lukt dat niet — opgesloten op een balkon, een schuurtje of een snikhete zolder — dan gaat het snel. Let op onrust, kwijlen, versnelde ademhaling, braken en lusteloosheid. De normale lichaamstemperatuur ligt tussen 38 en 39 graden; vanaf 40 graden spreek je van oververhitting en hoort de dierenarts aan de lijn.

De fout: de natte handdoek eroverheen

Hier gaat het massaal mis. De reflex is een kletsnatte handdoek over de rug van het dier leggen. Die handdoek warmt binnen enkele minuten op tot huidtemperatuur en werkt daarna als een isolerende deken: de warmte kan er niet meer uit. Een dierenarts van de faculteit Diergeneeskunde noemt de methode niet levensgevaarlijk, maar wel vrijwel zinloos.
De handdoek koelt niet af, hij dekt af. En afdekken is precies wat je niet wilt.
Wat wel werkt: maak het dier helemaal nat met koel — niet ijskoud — en liefst stromend water, en zet er luchtstroom bij, met een ventilator, airco of gewoon wapperen. Laat de hond óp een natte doek liggen in plaats van eronder. Bied kleine slokjes water aan als het dier alert is en zelf kan drinken.
En dan de belangrijkste volgorde van de dag: koel eerst, vervoer daarna. Bel de dierenarts, maar begin met koelen voordat je de auto in stapt. Het is de tijd die het lichaam op een te hoge temperatuur doorbrengt die het gevaarlijkst is. Ook als je hond weer opknapt: laat hem nakijken, want orgaanschade zie je van buiten niet.
Bel 144

Normale lichaamstemperatuur: hond circa 38 graden, kat 38 tot 39 graden. Vanaf 40 graden spreken dierenartsen van oververhitting; rond 41 graden raken cellen en organen beschadigd. Voor honden geldt ongeveer 40 graden als veilige grens om naar de dierenarts te rijden. Bij dieren in nood buiten: bel 144.

Meer weten?
•Zomerchecklist: bescherm je hond tegen oververhitting — Hondenbescherming
•Dier en warmte — Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren
•Waarom een natte handdoek voor een hond niet gevaarlijk is — Universiteit Utrecht
loading

Loading