Het wonder van de euro

Het Britse weekblad The Economist grossiert in themabijlagen. Of beter gezegd: met grote regelmaat heeft het blad een katern dat gewijd is aan een onderwerp.
Deze week handelt een tiental artikelen over de euro en alleen al een resumé van de nog korte geschiedenis van de euro is in de grond van de zaak opzienbarend. In 1991 vond een Europese top in Maastricht plaats, waar werd besloten tot een gezamenlijke munt, later te ratificeren door de afzonderlijke lidstaten.
Op 1 januari 1999 kwamen elf verschillende munten in een nieuwe munt tezamen en drie jaar later, in 2002 deed de euro zijn entree en verdween al het oude geld. Inmiddels heb je zestien landen die deelnemen aan de euro, wat The Economist een ‘uniek economisch experiment’ noemt. 329 miljoen Europeanen hebben euro’s op zak, betalen er hun dagelijkse boodschappen mee en hebben zowaar leren rekenen in euro’s, een zeer onderschatte bezigheid.
Even opzienbarend: de verschillende deelnemende landen hebben hun gezag over de eigen munt overgedragen aan de ECB – een ongekende machtswisseling.
De euro heeft tot op heden bijna alle sombere voorspellingen overleefd. De waarde is niet ineengeschrompeld, integendeel. Inflatie bestaat nauwelijks in het euro-paradijs en in menig land (zelfs in Zwitserland) kunnen boodschappen ten allen tijde worden afgerekend in de begeerde euromunt.
De economische crisis is een test die zijn weerga niet kent en wat de toekomst brengen moge, is in Gods hand. Maar tot op heden is de euro een wonder dat zijn weerga nauwelijks kent.

Bron(nen):   The Economist