Box 3 geparkeerd: zoveel scheelt het uitstel voor spaarders en beleggers

Economie
donderdag, 03 september 2026 om 10:54
box3-geldkist
Het nieuwe box 3-stelsel komt er voorlopig niet. Coalitiepartijen VVD, D66 en CDA kunnen het niet eens worden over de toekomst van de vermogensbelasting en willen het wetsvoorstel in de Eerste Kamer vooruitschuiven, zo blijkt uit uitgelekte Prinsjesdag-stukken. Drie profielen laten zien voor wie dat voordelig uitpakt, en voor wie niet.

Waarom het wetsvoorstel op de plank blijft

De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. In de Eerste Kamer dreigden zelfs coalitiepartijen VVD en CDA tegen te stemmen, waarna staatssecretaris Eerenberg tijd kreeg om met een nieuw plan te komen. Die tijd, tot Prinsjesdag, is nu op: de coalitie kon het over geen van de voorstellen eens worden en wil dat de Eerste Kamer er voorlopig niet over stemt, zo meldde de NOS.
De coalitie struikelt over een principiële keuze. Bij een vermogensaanwasbelasting betaal je elk jaar over de waardestijging van je vermogen, ook als die winst nog vastzit in aandelen. Bij een vermogenswinstbelasting reken je pas af op het moment dat je verkoopt. Vooral de VVD wil niet dat mensen belasting betalen over papieren winsten die nog niet zijn verzilverd.
Het uitstel kan de schatkist jaarlijks 2,4 tot 2,5 miljard euro aan begrote inkomsten kosten. Wie er beter van wordt: dat hangt volledig af van je situatie.

Wat er gewoon blijft gelden

Het huidige forfaitaire stelsel blijft voorlopig van kracht. De Belastingdienst rekent met fictieve rendementen per vermogenscategorie, niet met je werkelijke winst of verlies. Dit zijn de cijfers voor 2026:
  • Forfait spaargeld: 1,28 procent
  • Forfait beleggingen en overige bezittingen: 6 procent (in 2027: 6,37 procent)
  • Heffingsvrij vermogen: €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners)
  • Tarief: 36 procent over het fictieve rendement

Alleen spaargeld: nauwelijks verschil

Neem een alleenstaande met €100.000 op de spaarrekening. Na aftrek van de vrijstelling resteert €40.643 belastbaar vermogen. Het fictieve rendement van 1,28 procent: €520 grondslag. De belasting: 36 procent daarover, circa €187 per jaar.
In het geparkeerde wetsvoorstel zou een heffingsvrij resultaat van €1.800 per jaar gelden, met 36 procent belasting over het werkelijke rendement daarboven. Bij een spaarrente van 1,5 procent levert €100.000 spaargeld €1.500 op, volledig onder die drempel. Het verschil: maximaal een paar honderd euro per jaar. Voor doorsnee spaarders is het uitstel nagenoeg neutraal.

Spaargeld plus beleggingen: hier zit het verschil

Bij een mix van €50.000 spaargeld en €150.000 in beleggingen wordt het verschil fors. In het huidige stelsel wordt de vrijstelling evenredig verdeeld over de vermogenscategorieën: driekwart van het belastbare vermogen valt onder het beleggingsforfait van 6 procent. Dat levert een totaal fictief rendement op van circa €6.779 en een belastingaanslag van zo'n €2.440.
In het voorgestelde nieuwe stelsel telt het werkelijke rendement. Wie op die €150.000 beleggingen 8 procent rendement behaalt, zou over een werkelijk resultaat van €12.750 (minus €1.800 vrijstelling) circa €3.940 betalen. Het forfait bespaart deze belegger dus ruim €1.500 per jaar.
Hoe hoger je werkelijke beleggingsrendement, hoe voordeliger het huidige forfait uitpakt.
De keerzijde: wie minder dan 6 procent rendement behaalt, betaalt onder het forfait belasting over een rendement dat er niet is. Er bestaat een tegenbewijsregeling waarmee je kunt aantonen dat je werkelijke rendement lager was, maar die vergt extra administratie bij de aangifte.

Tweede woning: het forfait tikt door

In 2026 belast box 3 vastgoed op een fictief rendement van 6 procent van de WOZ-waarde, belast tegen 36 procent. Op €500.000 vastgoed zonder schuld komt dat neer op ruim €9.500 belasting per jaar. In het geparkeerde wetsvoorstel zou vastgoed onder een vermogenswinstbelasting vallen: pas belasting bij verkoop. Zolang het uitstel duurt, blijft de jaarlijkse forfaitaire heffing van kracht.

Hoe lang kan dit duren?

De coalitie koerst nu aan op een volledige vermogenswinstbelasting, waarbij pas bij verkoop wordt afgerekend. Onder andere vanwege de beperkte ict-capaciteit bij de Belastingdienst kan die pas in 2032 worden ingevoerd. De ingangsdatum is al meerdere keren uitgesteld: eerst van 2026 naar 2027, vervolgens naar 2028. De kans is reëel dat er jarenlang onder het huidige stelsel wordt doorbelast.
De Hoge Raad oordeelde in december 2021 dat het oude systeem strijdig was met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Dat systeem is voorlopig het systeem dat overeind blijft. Voor de doorsnee spaarder maakt dat nauwelijks uit. Voor beleggers met hoog rendement en vastgoedbezitters is het uitstel jaar na jaar geld waard.
loading

Loading