De gemiddelde wereldburger van 2026 is dramatisch
rijker dan die van 1926 — grofweg
vier tot vijf keer zo rijk in reële, voor inflatie en kosten van levensonderhoud gecorrigeerde termen. Die gegevens komen van het Madison project van de
Universiteit van Groningen. Dit is een van de best gedocumenteerde bevindingen uit de economische
geschiedenis.
1. BBP per hoofd van de bevolking
| Jaar | Wereldbevolking | Wereld-BBP per capita | Bron |
| 1926 | ± 1,88 – 1,93 miljard | ± $1.500 – , PPP) | Foreign Affairs / League of Nations 1926, |
| 2026 | ± 8,30 miljard | ± $15.200 nominaal / ± $26.800 PPP | IMF WEO april 2026, UN / Worldometer |
Het IMF becijfert het wereld-BBP in 2026 op $126,3 biljoen nominaal en $222,8 biljoen op koopkrachtpariteit (
IMF april 2026, Tabel A); gedeeld door 8,3 miljard mensen levert dat ± $15.200 nominaal en ± $26.800 PPP per hoofd op. (PPP=
Gemiddeld zijn we dus veel rijker geworden. Maar hoe zit dat in de arme landen, met name in Azie en Afrika?
Onafhankelijk bevestigt het Utrecht/Maddison-onderzoek dat het gemiddelde wereld-BBP per capita tussen 1820 en de jaren 2000
tien keer zo hoog is geworden — van ± $650 rond 1820 tot bijna $7.000 rond 2000, en verder gestegen sindsdien (
Utrecht Universiteit, Maddison-review).
2. Extreme armoede: een revolutie
- In de vroege 20e eeuw leefde ongeveer drie op de vier mensen in extreme armoede.
- In 1981 was dat aandeel gedaald tot 42 % van de wereldbevolking.
- In 2017 nog maar 9 %, en in absolute aantallen bijna een miljard mensen minder dan in 1981 (MDPI/Roser, 200 jaar strijd tegen armoede, Our World in Data). Dus niet alleen in welzijn is de gemiddelde wereldburger beter af, maar ook in aantallen. Of anders gezegd: terwijl de wereldbevolking in die eeuw enorm toenam, is ook in absolute aantallen het aantal mensen met wie het niet goed gaat gedaald.
Ondanks een bevolking die meer dan vier keer zo groot werd, leven er in absolute zin veel minder mensen onder de armoedegrens dan in 1926.
3. Levensverwachting
- Rond 1900: wereldwijde levensverwachting bij geboorte ± 32 jaar.
- 2021: ± 71 jaar (Our World in Data — Life Expectancy).
Dat is meer dan een verdubbeling in ruim een eeuw — een verandering die economen als een groot deel van de reële welvaartswinst beschouwen: mensen leven veel langer om van hun inkomen te genieten.
4. Belangrijke nuances
- Ongelijkheid is óók toegenomen tussen 1820 en 1910; de kloof tussen top-10 % en onderste helft verdubbelde in die periode en bleef daarna hoog (World Inequality Report 2022, hoofdstuk 2). Toch is de gemiddelde én de mediane wereldburger vandaag rijker dan die van 1926.
- 1926 was voor de westerse wereld een relatief goed jaar (Roaring Twenties, vlak vóór de Grote Depressie), dus de vergelijking is voor die tijd eerder gunstig dan ongunstig.
- Meting: BBP per capita mist niet-marktarbeid, milieuschade en kwaliteit van dienstverlening. Toch wijzen álle andere indicatoren — kindersterfte, alfabetisering, calorie-inname, elektrificatie — dezelfde kant op.
Over de methode: is inflatie meegerekend?
Ja — in de kerncijfers is inflatie meegenomen. Omdat een dollar of gulden uit 1926 veel meer kon kopen dan diezelfde nominale munt vandaag, gebruikt de economische geschiedschrijving constante international-dollars: één eenheid heeft in élk jaar dezelfde koopkracht, en verschillen in prijspeil tussen landen zijn eruit gerekend (koopkrachtpariteit, PPP).
- De $1.500 – $1.800 voor 1926 en de ± $26.800 PPP voor 2026 staan beide in vergelijkbare, voor inflatie én prijsverschillen gecorrigeerde eenheden (Maddison Project, IMF WEO 2026).
- De "factor 10"-stijging sinds 1820 uit het Utrecht/Maddison-onderzoek is eveneens in constante international-dollars.
- De reeks van Our World in Data is uitgedrukt in international-$ tegen prijzen van 2021.
- De extreme-armoedecijfers (van ~75 % naar 9 %) gebruiken een vaste reële grens ($1,90/dag in 2011-prijzen, inmiddels $3/dag in 2021-prijzen) — dus óók inflatiegecorrigeerd (Our World in Data).
Het enige cijfer in deze tekst dat niet voor inflatie is gecorrigeerd, is de $15.200 nominaal voor 2026 — dat staat er slechts ter volledigheid naast het PPP-getal en is niet vergelijkbaar met 1926. Voor de vergelijking door de tijd is het PPP-cijfer de juiste maatstaf.
Conclusie
Corrigeer je voor inflatie en koopkracht, dan is de gemiddelde wereldburger in 2026 grofweg 4 à 5 keer rijker in geldelijke termen dan in 1926, leeft hij of zij ongeveer twee keer zo lang, en is de kans om in extreme armoede te verkeren van rond de 70–75 % teruggebracht tot ongeveer 9 %.