Als omikronvariant minder ziek maakt, moeten we hem dan rond laten gaan? Een rekensom…

Het zou kunnen dat de omikronvariant weliswaar besmettelijker is dan eerdere versies van het virus, maar ook minder dodelijk. Als dat zo is, zo zeggen sommigen, moeten we hem dan niet rond laten gaan? Een minder ziekmakend virus zou dan dominant worden en zo voor minder slachtoffers zorgen. Of niet?

Op Twitter legt de Wageningse epidemioloog Marino van Zelst aan de hand van een rekenvoorbeeld uit dat het zo niet werkt. Stel de R is nu 1,2 en er zijn vandaag 10.000 mensen besmet. Dan zijn dat er over een maand 39.000. De sterftegraad is een half procent. Dan overlijden er dus 196 mensen.

Stel dat de omikronvariant 20 procent besmettelijker is maar half zo dodelijk. De R wordt dan 1,44, de sterfte 0,25 procent. Na een maand zijn er dan 154.000 besmettingen. Van deze besmette mensen overlijden er 385. Dat zijn er veel meer dan bij de deltavariant.

Het is natuurlijk fijn als er minder mensen ernstig ziek worden, maar doordat het virus veel harder rondgaat, komen er alsnog veel meer mensen tegelijk in de ziekenhuizen terecht. "De conclusie is voor de honderdste keer: exponentiële groei is het probleem", aldus Van Zelst.