Mantelzorg is vaak liefdewerk, maar ook topsport. Wie voor een ouder, partner of kind zorgt, ontdekt vroeg of laat een pijnlijke waarheid: je kunt niet alles oplossen. En dat is wat je moet leren als je wilt overleven: er is een grens en jij moet die trekken, schrjft de
Wall Street Journal. In de woorden van een Amerikaanse zorgorganisatie: “Je kunt iemands chronische ziekte niet fixen en je bent niet verantwoordelijk voor de gelukstoestand van een ander.” Dat klinkt hard, maar juist die erkenning is een sleutel om het vol te houden.
De cijfers laten zien hoe groot de opgave is. In Nederland is in 2023 zo’n 13 procent van de 16-plussers mantelzorger, ongeveer 1,9 miljoen mensen, die gemiddeld 13 uur per week voor een naaste zorgen. Volgens kennisinstituut Movisie voelt een deel van hen zich (ernstig) overbelast, terwijl ze relatief weinig gebruikmaken van ondersteuningsmogelijkheden.
Internationaal onderzoek laat zien wat er gebeurt als
mantelzorgers zichzelf blijven wegcijferen: hoe zwaarder de zorglast, hoe hoger de kans op burn-out, met vooral emotionele uitputting als alarmsignaal. Duitse gegevens schatten dat alleen al daar 7,1 miljoen mensen thuis voor een naaste zorgen, waarbij langdurige stress zowel lichamelijke als psychische gevolgen heeft.
De kunst is dus niet nóg harder je best doen, maar grenzen herkennen. Deskundigen adviseren mantelzorgers om expliciet te oefenen met drie dingen:
- accepteren dat sommige problemen nu niet oplosbaar zijn
- hulp vragen aan familie, professionals of respijtzorg
- tijd blokkeren voor eigen herstel, zonder schuldgevoel
Wie leert dat
“goed genoeg zorgen” echt goed genoeg is, beschermt niet alleen zichzelf, maar uiteindelijk ook degene voor wie hij of zij zorgt.