De
hittegolf van juni was historisch vroeg en uitzonderlijk lang, met lokaal 40 graden en de warmste week ooit gemeten.Meteorologen waarschuwen dat zulke extremen door
klimaatverandering veel waarschijnlijker zijn geworden, maar verwachten voor de rest van de zomer eerder kortere, net-aan hittegolven dan een kopie van juni.
De hittegolf van juni 2026 zette nieuwe bakens. In delen van Limburg werd voor het eerst zo vroeg in het jaar de grens van 40 graden gehaald, terwijl eind juni volgens meteorologen de warmste week ooit werd gemeten. De episode duurde twaalf dagen en was daarmee uitzonderlijk lang voor zo vroeg in de zomer.
De vraag is nu niet of er nog warme periodes volgen, maar of de zomer zichzelf kan overtreffen. Volgens weerman David Dehenauw is dat op korte termijn niet het meest waarschijnlijke scenario: er komt mogelijk opnieuw een hittegolf aan, maar wel een heel nipte, met maxima rond 30 à 31 graden en lagere minimumtemperaturen dan tijdens de junipiek.Dat verschil is cruciaal, want juist die zwoele nachten maken
hitte fysiek en maatschappelijk zwaarder.
Wie alleen naar dagrecords kijkt, mist dus het echte verhaal. De nieuwe realiteit is niet per se dat elk zomerblok records breekt, maar dat extreme warmte steeds vroeger opduikt, langer aanhoudt en minder afkoelt zodra de zon onder is.
Het KNMI definieert een hittegolf als minstens vijf aaneengesloten zomerse dagen van 25 graden of meer, waarvan er minimaal drie tropisch zijn, dus 30 graden of hogerFormeel hoeft het dus niet eens 38 of 40 graden te worden om toch een serieuze belasting voor zorg, infrastructuur en arbeidsomstandigheden te veroorzaken.
Dat maakt de centrale vraag misschien ongemakkelijker dan ze klinkt. Niet: krijgen we deze zomer nog zo’n spektakelstuk als in juni? Maar: zijn we intussen zo gewend geraakt aan extreme hitte dat alleen een nieuw record nog als nieuws voelt?