De cijfers liegen er niet om. Terwijl
70.000 ouderen staan te wachten op een plek in een Knarrenhof, telt Nederland op dit moment welgeteld
vijftien van deze hofjes, goed voor zo'n
500 woningen Het kabinet trekt de portemonnee, gemeenten noemen het initiatief sympathiek, en toch komt het maar niet van de grond. Hoe kan een woonvorm die overduidelijk in een behoefte voorziet, zo hardnekkig vastlopen?
Wat is een Knarrenhof precies?
Het concept is simpel en tegelijk verrassend effectief: senioren
wonen zelfstandig in een eigen huur- of koopwoning, geclusterd rond een gezamenlijke binnentuin, en houden een oogje in het zeil bij elkaar. Geen verzorgingshuis, geen instellingssfeer, maar een moderne versie van het hofje — met alle voordelen van zelfstandigheid en gemeenschapszin tegelijk.
Het eerste Knarrenhof verrees in 2018 in de Zwolse wijk Aa-landen, met 48 koop- en huurwoningen . Inmiddels zijn er dertien tot vijftien projecten gerealiseerd, met nog eens enkele in aanbouw of voorbereiding (
Binnenlands Bestuur;
Vastgoed Business School).
De cijfers op een rij
| Onderdeel | Aantal |
| Ouderen op de wachtlijst | 70.000 |
| Ingeschreven huishoudens bij Stichting Knarrenhof | 40.000 (63.000 personen) |
| Bestaande Knarrenhofjes | 15, samen ca. 500 woningen |
| Geplande extra woningen komende jaren | 3.000 |
| Landelijke behoefte aan seniorenwoningen tot 2030 | 290.000 |
| Kans dat een burgerinitiatief daadwerkelijk gebouwd wordt | 1 op de 10, in gemiddeld 10 jaar tijd |
Zelfs als alle 3.000 geplande woningen erbij komen, wordt nog geen 10 procent van de wachtlijst geholpen. Stichting-voorzitter Peter Prak noemt de huidige aanpak, met het oog op de vergrijzing van de komende decennia, ronduit "too little too late"
Het kabinet trekt 120 miljoen euro uit — maar is dat genoeg?
Sinds 18 mei 2026 is er extra geld beschikbaar via twee nieuwe regelingen (
- Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO): 40 miljoen euro voor gedeelde ruimtes in geclusterde ouderenwoonvormen, bedoeld voor woningcorporaties, marktpartijen, zorginstellingen én burgerinitiatieven.
- Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW): 80 miljoen euro om woningen zorggeschikt te maken of te verbouwen, bijvoorbeeld met extra ruimte voor een rolstoel of aanpassingen voor dementiezorg.
Met het beschikbare budget van 40 miljoen euro kunnen naar schatting circa 230 ontmoetingsruimtes en 4.000 woningen worden gerealiseerd. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar, en minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting erkent zelf dat subsidie alleen niet volstaat om aan de enorme vraag te voldoen . Vertraging ontstaat volgens haar vooral door bestemmingsplannen, regelgeving en het bekende stikstofslot.
Het geld is dus niet het echte probleem. Het probleem zit dieper: bij de gemeenten zelf.
De echte bottleneck: de gemeentelijke ambtenarij
Peter Prak, oprichter van Stichting Knarrenhof, is er inmiddels glashelder over: niet de wethouder of de gemeenteraad vormt de blokkade, maar de ambtelijke afdelingen daaronder.
"Iedereen vindt het wel sympathiek, de wethouder en de gemeenteraad. Maar vervolgens kom je in de klem van de afdelingen grondzaken, stedenbouw en parkeren en die vinden het allemaal minder. Dus je moet eerst door die ambtelijke weerstand heen."
De kern van het probleem is financieel. Een Knarrenhof verkoopt woningen zo goedkoop mogelijk, terwijl commerciële ontwikkelaars juist zo veel mogelijk voor hun grond willen betalen — en dus ook krijgen. Voor de afdeling grondzaken, die grondtransacties beoordeelt op opbrengst, is een Knarrenhof daardoor simpelweg minder aantrekkelijk dan een commercieel project Particuliere initiatiefnemers moeten daardoor concurreren met commerciële partijen om gemeentegrond, en verliezen die strijd vaak omdat gemeenten kiezen voor de hoogste bieder
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ziet dit overigens anders: een lagere grondprijs voor Knarrenhofjes zou juist een verkapte subsidie zijn ten opzichte van andere woonvormen
Prak wijst ook naar een dieperliggende oorzaak: door de decentralisatie van onder meer de jeugdzorg moeten gemeenten meer doen met minder geld, waardoor grondverkoop een van de weinige manieren is geworden om de begroting rond te krijgen.
"Het is heel simpel: het sociaal domein en wonen moeten dominanter zijn in de uitgifte van grond. Dat wordt nu aan de grondzaken overgelaten. Die draait er zijn eigen puntje aan."
Ook noemt hij het fenomeen "weerstandsplanologie": gemeenten die zich verschuilen achter juridische kaders zoals het Didam-arrest, terwijl er volgens Prak wel degelijk ruimte binnen die regels bestaat om Knarrenhof-projecten mogelijk te maken
Waarom het in Amsterdam bijna onmogelijk is
Voor lezers dichter bij huis: juist in een stad als Amsterdam zijn de obstakels het grootst. De combinatie van torenhoge grondprijzen en gestapelde bouweisen maakt het volgens Prak "praktisch onmogelijk" om hier een Knarrenhof te realiseren (
Vastgoed Business School). In tientallen gemeenten lopen potentiële locaties bovendien vast op beleid of, zoals Prak het noemt, pure koudwatervrees.
Hij richt zijn pijlen ook op de vastgoedsector zelf. Op vastgoedbeurs Provada — waar hij dit jaar geen podium kreeg — omschreef hij die sector als "het symbool van een geldgedreven aanbiedersmarkt", met de veelzeggende opmerking: "Als ik commercieel was, dan zat je nu al met een multimiljonair te praten" (
Wat een burgerinitiatief tegenkomt
Voor bewonersgroepen die zelf het initiatief nemen, is het beeld nog somberder. Van de burgerinitiatieven die de weg naar een Knarrenhof proberen te bewandelen, haalt volgens Prak slechts één op de tien daadwerkelijk de bouwfase — en dat traject duurt dan al snel tien jaar Wie zonder kennis van "het ambtelijke, politieke en financiële spel" begint, redt het simpelweg niet, aldus Prak. Alleen wanneer een wethouder zich persoonlijk sterk maakt tegen de ambtelijke weerstand in, lukt het wel eens. Gemeenten als Emmen, Gouda, Katwijk en Ridderkerk worden genoemd als positieve uitzonderingen.
Wat een Knarrenhof juist óplevert
Het wrange is dat een
Knarrenhof financieel juist voordelig is voor gemeenten — alleen dan niet op de begrotingspost waar de afdeling grondzaken naar kijkt. Onderzoek waar Prak naar verwijst, uitgevoerd met thuiszorgorganisaties, laat zien dat gemeenten per Knarrenhofwoning zo'n 800 euro per jaar besparen op de Wmo, en dat bewoners jaarlijks circa 3.000 euro minder zorgkosten maken Mensen met een sociaal netwerk om zich heen leven bovendien gemiddeld zeven jaar langer zonder ernstige gezondheidsklachten, aldus Prak. In meerdere Knarrenhofjes wonen inmiddels ouderen die dankzij informele hulp van de buren nog niet naar een verpleeghuis hoeven.
Daar komt bij dat elke oudere die doorstroomt naar een Knarrenhof een gezinswoning achterlaat — een niet onbelangrijk neveneffect in een land met een structureel woningtekort. Toch weegt die maatschappelijke winst op gemeentelijk niveau blijkbaar te licht tegen de kortetermijnopbrengst van een hogere grondprijs.
Vergrijzing wacht niet op bureaucratie
Terwijl gemeenten en ontwikkelaars over grondprijzen onderhandelen, tikt de demografische klok door. Op dit moment bestaat al 40 procent van alle Nederlandse huishoudens uit één persoon; de komende jaren groeit dat naar 45 procent (
Binnenlands Bestuur). Het aantal senioren zal de komende jaren verdubbelen, met een verwachte piek van de vergrijzingsgolf rond 2038 (
Vastgoed Business School). Tegenover die 290.000 benodigde seniorenwoningen tot 2030 steken de huidige 500 gerealiseerde en 3.000 geplande Knarrenhof-woningen schril af — nog geen anderhalf procent van de totale opgave.
Conclusie: geld is niet het probleem, systeem wel
De 120 miljoen euro aan nieuwe subsidies is een welkome stap, maar lost het echte knelpunt niet op. Zolang gemeentelijke afdelingen grondzaken, stedenbouw en parkeren louter op financieel rendement worden afgerekend, blijft een woonvorm die aantoonbaar geld bespaart op zorg en Wmo het onderspit delven tegen de hoogste bieder. Peter Prak pleit dan ook niet voor meer geld, maar voor een harde politieke verplichting: leg gemeenten op om een minimumaantal seniorenwoningen te realiseren, en geef de afdelingen wonen en zorg net zoveel gewicht in de grondafweging als grondzaken nu heeft.
Tot die systeemverandering er is, blijven de wachtlijsten groeien, blijft de doorstroom op de
woningmarkt haperen, en blijven tienduizenden ouderen wachten op een plek die er domweg nog niet is.