De meeste dieren overleven een natuurbrand niet: wat niet vliegt of hard wegloopt, verbrandt of stikt in de rook. De brand op de Veluwe laat dat deze week op pijnlijke wijze zien.
Op het
militair oefenterrein bij ’t Harde ging in één klap zo’n 500 hectare heide en bos in vlammen op, midden in het broedseizoen. Vogels op de grond, jonge reeën, reptielen en amfibieën hebben nauwelijks een ontsnappingsroute als het vuur als een muur over het landschap jaagt. Alleen dieren die kunnen wegvliegen, hard rennen of diep onder de grond schuilen, maken nog kans.
Voor soorten als de zandhagedis en de levendbarende hagedis is een vuurzee ronduit desastreus. Zelfs wie het vuur weet te ontlopen, komt terecht in een zwartgeblakerd landschap zonder dekking en prooidieren, als makkelijke prooi voor roofvogels. Ecologisch gezien wordt de klok in één nacht jaren teruggezet – terwijl de kans op natuurbranden door drogere lentes en meer wind alleen maar toeneemt.