Het begint vaak met een mail. Je zit drie
weken thuis met rugklachten, of met een hoofd dat niet meer wil. Je
leidinggevende vraagt of je donderdag even langs kunt komen. ‘Gewoon een kop
koffie.’ Een week later volgt een belletje over je taken. Daarna een gesprek
over een plan.
Op papier is er niets aan de hand. Je
werkgever mag contact met je houden, en jij moet meewerken aan je terugkeer.
Dat hoort bij de regels rond ziekte. Maar ergens tussen die koffie en dat plan
kan de toon omslaan. Dan gaat het niet meer over hoe het met je gaat. Dan gaat
het over wanneer je er weer bent.
Waar het schuurt
Een conflict tijdens ziekte is zelden een
ruzie met harde woorden. Meestal is het een verhouding die langzaam verzuurt.
Je werkgever ziet je werk blijven liggen en
je salaris doorlopen. Jij merkt dat je minder kunt dan je zou willen. Elke
vraag over je terugkeer klinkt dan als een verwijt. En elke keer dat je de
telefoon niet opneemt, kan bij je werkgever het idee ontstaan dat je je drukt.
Zo groeien twee mensen uit elkaar die
allebei vinden dat ze redelijk zijn. Na een paar maanden zit het dossier vol
mails waarin vooral het eigen gelijk wordt vastgelegd. Over herstel gaat het
dan nauwelijks nog.
Wat je werkgever wel en niet mag
Vragen naar praktische zaken mag, zoals hoe
lang je ongeveer weg bent en wie je werk overneemt. Maar wat je medisch nog
kunt, beoordeelt de bedrijfsarts. Pas op basis van zijn advies bespreken jullie
welk werk mogelijk is. Samen een plan van aanpak maken is daarna verplicht,
voor jullie allebei.
Ook de timing ligt vast. Uiterlijk in week
zes schrijft de bedrijfsarts een probleemanalyse. Uiterlijk in week acht ligt
er een plan van aanpak, met jouw handtekening eronder. Dat plan is geen
formaliteit. Het kan onderweg worden bijgesteld, maar wat er aan het begin in
staat, zet wel de lijn uit.
Wat niet mag, is zomaar je loon inhouden. De
wet kent daarvoor twee maatregelen, en die verschillen flink.
Houd je je niet aan redelijke, schriftelijke
controlevoorschriften, dan kan je werkgever je loon opschorten. Denk aan zonder
goede reden wegblijven van het spreekuur van de bedrijfsarts. Kom je de
voorschriften alsnog na, dan krijg je het opgeschorte loon in principe
nabetaald.
Zwaarder is de loonstop. Die kan volgen als
je bijvoorbeeld zonder goede reden passend werk weigert of onvoldoende meewerkt
aan je re-integratie. Het loon over die periode ben je dan kwijt.
Voor allebei gelden wettelijke voorwaarden.
Je werkgever moet je bovendien meteen laten weten dat hij zo'n maatregel
overweegt, en waarom. Gaat hij daar slordig mee om, dan houdt de maatregel bij
de rechter vaak geen stand.
En de bedrijfsarts?
Dan het advies van de bedrijfsarts. Veel
werknemers lezen dat als een opdracht. De arts zegt dat je vier uur per dag
kunt werken, dus dan moet dat.
Zo zit het niet. De bedrijfsarts adviseert
over wat je medisch aankunt. Hij beslist niet of je moet werken, en hij kan je
geen sanctie opleggen. Dat het toch als dwang voelt, is niet vreemd. Je
werkgever baseert zich op dat advies. Weiger je zonder goede reden werk dat
erop is afgestemd, dan loop je tegen de loonstop aan. Het gewicht komt dus niet
van de arts zelf, maar van wat je werkgever met zijn advies doet.
Wat de bedrijfsarts wél en niet mag
De bedrijfsarts mag je oproepen voor het
spreekuur. Aan een redelijke oproep moet je in principe gehoor geven. Kun je
medisch gezien niet reizen, dan is dat een goede reden, en kan een gesprek per
telefoon of video uitkomst bieden. De arts mag vragen naar je klachten, naar
wat je nog kunt en naar je behandeling. Met jouw toestemming mag hij ook
informatie opvragen bij je huisarts of specialist. Zonder die toestemming niet.
Wat hij aan je werkgever doorgeeft, is
beperkt. Je werkgever hoort wat je wel en niet kunt, en hoe lang het naar
verwachting gaat duren. Wat je precies mankeert, blijft tussen jou en de arts.
Vraagt je leidinggevende toch naar je diagnose, dan hoef je daar geen antwoord
op te geven.
Een behandeling opleggen kan de bedrijfsarts
ook niet. En een behandeling weigeren kost je niet automatisch je loon. Dat kan
pas als je door eigen toedoen je genezing belemmert of vertraagt, en ook dan
gelden wettelijke voorwaarden.
Herken je jezelf niet in het advies? Dan kun
je via je eigen bedrijfsarts een second opinion aanvragen bij een andere
bedrijfsarts. Dat recht heb alleen jij, niet je werkgever. Binnen die procedure
betaalt je werkgever de kosten. Je bedrijfsarts mag het verzoek alleen weigeren
als daar zwaarwegende argumenten voor zijn. Die moet hij dan schriftelijk
uitleggen.
Eén valkuil. Een tweede advies zet de
lopende afspraken niet stil. Tot het er ligt, werk je mee aan wat er nu is
afgesproken. Wie in de tussentijd zelf de stekker eruit trekt, speelt zijn
werkgever in de kaart.
Andersom kan ook
Soms is het niet de werknemer die het advies
naast zich neerlegt, maar de werkgever. De arts adviseert rustig opbouwen of
aangepast werk. De werkgever wil je toch volledig terug op je oude plek. Denk
aan iemand met een burn-out die volgens de arts eerst twee ochtenden per week
moet draaien. Een week later staat diegene ingeroosterd voor het volle
maandagoverleg en twee klantafspraken.
Dan sta je sterker dan je denkt. Een
werkgever die zonder goede reden afwijkt van het advies, loopt zelf risico. Na
twee jaar kijkt UWV naar alles wat er aan je terugkeer is gedaan. Is je
werkgever zonder deugdelijke grond tekortgeschoten, dan kan hij een loonsanctie
krijgen. In het ergste geval betaalt hij dan nog een jaar langer je loon door.
Hulp van buiten
Gaat de onenigheid niet over je klachten,
maar over je terugkeer? Dan kunnen jij en je werkgever UWV om een
deskundigenoordeel vragen. Bijvoorbeeld over de vraag of het werk dat je krijgt
aangeboden passend is. Het is een advies, geen vonnis. Bij een juridisch
geschil kan het wel een belangrijke rol spelen.
Daarnaast zijn er mensen die dit dagelijks
doen. Vakbonden helpen hun leden.
MediRights
begeleidt werknemers die tijdens ziekte in conflict raken met hun werkgever.
Zo'n partij kijkt of een maatregel klopt en kan veel van het contact met je
werkgever overnemen. Dat scheelt, als je eigenlijk vooral moet uitrusten.
Terug naar die kop koffie
Een uitnodiging voor koffie is geen
valstrik. Een advies van de bedrijfsarts is geen bevel. Allebei kunnen ze wel
gevolgen hebben, en daarom loont het om te weten waar de grenzen liggen.
Zeg het op tijd als je het ergens niet mee
eens bent, het liefst voordat het in een plan van aanpak staat. Bevestig
afspraken kort per mail, zodat later niemand hoeft te raden wat er is gezegd.
En wacht niet tot het dossier vol verwijten zit voordat je hulp zoekt.
Wie weet wat de bedrijfsarts wel en niet
mag, weet ook waar de grens van zijn werkgever ligt. Dat scheelt een hoop
onzekerheid, in een periode waarin je al genoeg aan je hoofd hebt.