De stille oorlog van de CIA

Het zachte gezoem van onbemande vliegtuigen is in korte tijd een vertrouwd geluid geworden in Waziristan, in het Pakistaanse grensgebied met Afghanistan. Onder de Amerikaanse president George Bush zijn de Amerikanen begonnen met het inzetten van deze vliegtuigen – de Predator en de Reaper – en onder Barack Obama zijn de aanvallen verder opgevoerd.
Met de op afstand bestuurde vliegtuigen maken de Amerikanen jacht op de leiders van Al Qaida, inclusief Osama Bin Laden, en proberen ze te verhinderen dat de Taliban in Waziristan een veilig heenkomen zoeken voor de strijd in Afghanistan. Volgens niet-officiële Amerikaanse cijfers zijn de vliegtuigen erin geslaagd zeker 9 Al-Qaida-leiders uit te schakelen – leiders die voorkwamen op een lijst van 20 belangrijke doelwitten.
De vliegtuigen beschikken over de modernste video-apparatuur en kunnen dodelijk raketten lanceren. Ze worden bestuurd vanachter beeldschermen aan de andere kant van de wereld, een Amerikaanse luchtmachtbasis bij Las Vegas. Voor de Amerikanen lijkt het een ideale manier van oorlogvoeren. De kans op Amerikaanse slachtoffers is nul.
Maar volgens Time is het nog maar de vraag of de aanpak effectief zal blijken. Een Pakistaanse krant meldde onlangs dat sinds begin 2006 bij zestig aanvallen 687 burgers zijn omgekomen, en slechts 14 Al-Qaidaleiders. De liquidaties vanuit de lucht dragen daardoor bij aan een groeiend anti-Amerikaans sentiment in Pakistan – ook al omdat veel Pakistanen de aanvallen met onbemande vliegtuigen ervaren als laf. Een Talibanleider in Waziristan heeft verklaard dat iedere aanval met een Predator of Reaper hem drie of vier nieuwe strijders oplevert die een zelfmoordaanval willen uitvoeren.

Bron(nen):   Time