De val van Orbán laat zien waar populisme op stukloopt

Politiek
maandag, 13 april 2026 om 12:02
ANP-555679473
Zestien jaar lang leek Viktor Orbán onaantastbaar. De Hongaarse premier bouwde zijn macht op met cultuurstrijd, vijandbeelden en een wurggreep op de democratie. Maar uiteindelijk bleek zelfs dat niet genoeg. De kiezer maakte een einde aan zijn tijdperk en legt daarmee de zwakke plek van het populisme genadeloos bloot.
De avond van de verkiezingen had iets symbolisch. Op het Heldenplein in Boedapest scandeerde de menigte: “Russen, vertrek”. Het was een beladen echo uit het verleden, maar ook een directe afrekening met het heden. Orbán gold jarenlang als een bondgenoot van Vladimir Putin en dat begon steeds meer te wringen.
In 1989 stond een jonge Orbán op exact datzelfde plein, waar hij Moskou opriep om Hongarije te verlaten. Zijn woorden hielpen hem aan nationale bekendheid. Nu, decennia later, wordt hij zelf weggestemd, mede vanwege zijn toenadering tot het Kremlin. De geschiedenis heeft een cynisch gevoel voor humor.

Corruptie

Wat Orbán uiteindelijk fataal werd, heeft weinig met ideologie te maken en alles met de praktijk. Hongarije kwijnde economisch weg. Vier jaar stagnatie, torenhoge inflatie en een leegloop van talent: het land raakte uitgeput. Ondertussen groeide de rijkdom aan de top zichtbaar door. Het werd tot in alle uithoeken van het land duidelijk dat corruptie het land naar de vernieling aan het helpen is.
De kloof tussen bestuur en bevolking werd simpelweg te groot. En daar zit de kern: populisme kan drijven op onvrede, maar kan er niet eindeloos van leven als die onvrede economisch wordt. Culturele strijd tegen migratie of genderideologie houdt een regering overeind tot de kiezer het keihard in de portemonnee gaat voelen.
Zelfs Orbáns paradepaardjes, zoals grote gezinsbonussen, bleken uiteindelijk een doekje voor het bloeden. Ze maskeerden vooral het falende beleid dat eraan ten grondslag lag. Terwijl de elite zich verrijkte, bleef de gewone Hongaar berooid achter.

Populisten afgezet

De overwinning van oppositieleider Péter Magyar markeert daarom meer dan een machtswissel. Het is een zeldzaam moment waarop een populistisch systeem via de stembus wordt gecorrigeerd.
Toch is er geen reden voor euforie, schrijft De Groene Amsterdammer. Ook Magyar is sociaal-conservatief en kritisch op Europese steun aan Oekraïne. De breuk met het verleden zal dus niet compleet zijn.
loading

Loading