Tien jaar nadat de Britten besloten de Europese Unie te verlaten, spreekt een duidelijke meerderheid van de Nederlanders zich uit vóór het behoud van het EU-lidmaatschap. Dat blijkt uit een peiling van het EenVandaag Opiniepanel onder ruim 23.000 deelnemers. Hoewel een deel van de bevolking een vertrek uit de Europese Unie ziet zitten, blijft die groep duidelijk in de minderheid.
Volgens het onderzoek wil ongeveer een kwart van de ondervraagden dat Nederland de Europese Unie verlaat. Daar staat tegenover dat de meeste respondenten vinden dat samenwerking binnen de EU voor ons land belangrijker is dan een vertrek. De steun voor het lidmaatschap blijft daarmee al jaren groter dan de wens om uit de unie te stappen.
De ervaringen van het Verenigd Koninkrijk spelen daarbij een belangrijke rol. Veel Nederlanders zien de Brexit niet als een succesverhaal en wijzen op de economische en politieke gevolgen die het land sindsdien heeft ondervonden. Ook onder de Britse bevolking is de stemming veranderd. Diverse recente onderzoeken laten zien dat een groeiende groep inwoners liever opnieuw deel zou uitmaken van de Europese Unie.
Uit een peiling van Ipsos blijkt dat 52 procent van de Britten terugkeer naar de EU steunt. Ongeveer een derde houdt vast aan de keuze om buiten de Europese samenwerking te blijven. Een afzonderlijk onderzoek van YouGov laat bovendien zien dat zes op de tien Britten de Brexit inmiddels als een mislukking beschouwen.
Bijna alle FVD'ers willen Nexit
Ondanks die ontwikkelingen leeft ook in Nederland het idee van een zogenoemde Nexit nog altijd bij een deel van de bevolking. Vooral onder aanhangers van Forum voor Democratie is daar veel draagvlak voor. Bijna alle FVD-kiezers spreken zich uit voor een vertrek uit de Europese Unie. Ook binnen de achterban van de PVV bestaat hiervoor veel sympathie, al heeft die partij een Nexit de afgelopen periode minder nadrukkelijk op de politieke agenda gezet.
Respondenten die voor een Nexit zijn, benadrukken dat hun kritiek niet automatisch betekent dat zij tegen samenwerking tussen Europese landen zijn. Zij vinden vooral dat de verschillen tussen lidstaten te groot zijn om gezamenlijk beleid goed te laten werken. Daarbij worden onderwerpen genoemd zoals belastingtarieven, prijzen van dagelijkse producten, migratiebeleid en de uiteenlopende pensioenstelsels.
Een ander veelgehoord bezwaar is dat de Europese Unie volgens critici te veel invloed heeft op nationale besluitvorming. Sommige deelnemers aan het onderzoek vinden dat Nederland steeds meer bevoegdheden overdraagt aan Brussel en daar onvoldoende voor terugkrijgt. Ook leeft bij hen het gevoel dat Nederlandse financiële bijdragen onevenredig ten goede komen aan andere lidstaten.
Een deel van de sceptici ziet daarom liever een beperktere rol voor de Europese Unie. Volgens hen zou de samenwerking zich vooral moeten richten op handel en economie, terwijl afzonderlijke landen zelf verantwoordelijk blijven voor politieke keuzes en binnenlands beleid.
De steun voor de Europese Unie kreeg de afgelopen jaren bovendien een extra impuls door internationale ontwikkelingen. Zo vonden veel Nederlanders na de herverkiezing van Donald Trump in 2024 dat een sterke Europese samenwerking belangrijker werd, mede vanwege zijn kritische houding tegenover de NAVO. Voor veel deelnemers geldt daarom dat hervorming van de EU wenselijk is, maar dat een Nederlands vertrek uiteindelijk geen aantrekkelijk alternatief vormt.