De nieuwe opstand in
Iran komt niet uit de lucht vallen, maar is het directe gevolg van een
economie die nu zichtbaar kraakt onder sancties, inflatie en een instortende munt. De protesten zijn daarmee evenzeer economisch als politiek: het is verzet tegen lege tafels, waardeloos spaargeld en een regime dat geen uitweg biedt.
Economie op de rand van de afgrond
Na enkele jaren van opleving groeit de Iraanse economie nu weer naar een recessie toe: de Wereldbank verwacht een krimp van 1,7 procent in 2025 en 2,8 procent in 2026. Dat is een scherpe draai ten opzichte van eerdere groeiverwachtingen en duidt op een systeem dat structureel vastloopt, niet op een kortstondige dip.
De inflatie is intussen tot explosieve hoogte gestegen. In oktober bereikte de jaar-op-jaar-inflatie 48,6 procent, het hoogste niveau sinds 2023. Voor gewone Iraniërs betekent dat dat basisproducten in enkele jaren meer dan tien keer zo duur zijn geworden, precies wat in het aangeleverde document wordt beschreven.
t
Muntcrisis, kapitaalvlucht en nieuwe sancties
De rial is in 2025 naar nieuwe dieptepunten gezakt; in sommige handelsrondes ging er meer dan 1,2 miljoen rial om voor één dollar. De autoriteiten kondigden aan vier nullen van de munt te schrappen, een cosmetische ingreep die vooral het vertrouwen verder ondermijnt.
Tegelijk stroomt geld het land uit. In recente kwartalen liep de kapitaalvlucht op tot miljarden dollars, wat de druk op de munt en de inflatie verder vergroot. Nieuwe VN‑sancties via het snapback‑mechanisme van Frankrijk, Duitsland en het VK maken Iraanse olie minder verkoopbaar en dwingen Teheran grotere kortingen te geven, ook aan China. In het document is te lezen dat de effectieve olieprijs voor Iran sinds maart is weggezakt van rond de 70 naar ongeveer 50 dollar per vat, een klap voor een economie die toch al lijdt aan Dutch disease.
Van economische wanhoop naar politieke opstand
In deze context worden protesten onvermijdelijk. Winkeliers in Teherans Grote Bazaar gingen dicht toen de rial een nieuw dieptepunt bereikte; daarna sloeg de onrust over naar andere steden. Duizenden Iraniërs scanderen opnieuw leuzen tegen de “dictator” en leggen expliciet de link tussen economische rampspoed en de legitimiteit van het regime.
De dynamiek lijkt op eerdere golven – van de benzineprotesten in 2019 tot “Vrouw, Leven, Vrijheid” in 2022 – maar dit keer staat het dagelijks overleven nóg centraler. De economische data uit het document (rente op olie‑inkomsten, Dutch disease, opgeblazen publieke sector) tonen dat dit geen tijdelijk incident is, maar het logische gevolg van decennia wanbeleid.
Een regime dat wankelt, maar nog niet valt
President Pezeshkian erkent inmiddels dat de protesten “voortkomen uit druk op het levensonderhoud”, een ongebruikelijke bekentenis uit de top. Toch reageert de staat zoals altijd: een mix van beperkte concessies, repressie en de hoop dat de tijd de straat weer leegmaakt.
De grote vraag is of de combinatie van diepe recessie, salariserosie en muntcrisis deze keer wél doorzet naar echte politieke verandering. Zolang olie‑inkomsten, veiligheidsapparaat en steun van een deel van de elite in stand blijven, is omverwerping allerminst zeker – maar de angst bij de bevolking maakt duidelijk plaats voor woede.