Hij werd jarenlang weggezet als een wereldvreemde goudfanaat, maar nu lijkt de grootste
Bitcoin‑hater van Wall Street zijn moment van gelijk te beleven.
Peter Schiff, de Amerikaanse econoom en beruchte goudgelovige, waarschuwt al meer dan tien jaar dat cryptomunten geen redding maar een zeepbel zijn. Terwijl Bitcoin door fans werd uitgeroepen tot “digitaal
goud”, bleef hij koppig hameren op het oude, tastbare edelmetaal. Die koppigheid werd hem lang ingepeperd: in 2014 werd hij op CNBC nog openlijk bespot omdat zijn goudprognoses maar niet uitkwamen.
Toch heeft de tijd hem deels gelijk gegeven.
Goud noteert inmiddels rond de 5.000 dollar per troy ounce, het koersdoel dat Schiff al jaren verkondigde en dat volgens critici nooit realistisch zou zijn. Tegelijk is de glans van Bitcoin flink doffer geworden. Na een recordstand van rond de 125.000 dollar in oktober 2025 zakte de koers in een paar maanden terug richting 60.000 dollar, met paniekverkopen van techondernemers die verliezen elders in hun portfolio moesten dichten.
In dat decor presenteert
Schiff zich als de man die het “altijd al zei”. Bitcoin is volgens hem niets meer dan
“tulpenmanie 2.0”: een collectieve roes, gevoed door gratis geld en beleggers die vergeten wat echte waarde is. Op X ziet hij “eerste steun” pas rond 10.000 dollar, en zelfs daar zou hij niet instappen, omdat hij de prijs uiteindelijk tot nul ziet dalen. Intussen profileert hij goud als eeuwenoude vluchthaven nu rente stijgt, schulden oplopen.
Maar wie verder uitzoomt, ziet een ironische onderlaag. Sinds Schiff in 2011 voor het eerst publiekelijk tegen Bitcoin tekeerging, steeg de munt – ondanks alle crashes – van enkele dollars naar tienduizenden dollars en leverde ze een van de spectaculairste vermogensstijgingen uit de financiële geschiedenis op. Had hij een klein deel van zijn goudpositie ooit in Bitcoin gestoken, dan was zelfs de huidige crash niet genoeg geweest om dat rendement weg te poetsen.