Altijd ja zeggen en sorry mompelen is geen vriendelijkheid, maar zelfverraad. Steeds meer psychologen waarschuwen dat chronisch
pleasen je lichaam én hoofd sloopt.
Je collega vraagt of je dat extra dossier “er nog wel bij kunt doen”. Je zegt ja, terwijl je agenda al ontploft. Je partner wil naar een druk feestje. Jij bent moe, maar glimlacht: “Is goed hoor.” Herkenbaar? Dan is de kans groot dat je een pleaser bent.
Psycholoog Saskia de Bel noemt
(in De Morgen) pleasen “problematisch aangeleerd gedrag”, geen onschuldig karaktertrekje. Pleasers lezen voortdurend de stemming van anderen, vullen in dat de ander boos of teleurgesteld is en zetten hun eigen behoefte systematisch uit. De Amerikaanse
therapeut Meg Josephson koppelt dat aan een vierde stressreactie naast vechten, vluchten en bevriezen: de fawn-response, jezelf wegcijferen om veilig te blijven.
Dat lijkt sociaal gedrag, maar de rekening komt later. Pleasers lopen vaker vast met stress en psychosomatische klachten als hoofdpijn, maag- en darmproblemen en rugpijn. Vooral vrouwen zijn kwetsbaar: onderzoek waar Time Magazine over schreef, laat zien dat “self‑silencing” – slikken in plaats van spreken – samenhangt met meer depressie, auto-immuunziekten en zelfs hogere sterftecijfers.
Doorbreken begint klein. Een paar keer per dag stilstaan bij de vraag: wat wil ík nu? Grenzen hardop oefenen met een veilige vriend in plaats van met je lastigste familielid. En leren verdragen dat iemand even baalt als jij nee zegt. Wie stopt met pleasen wordt niet harder, maar echter – en juist daardoor worden relaties vaak hechter, niet zwakker.