Wanneer is intuïtie een betrouwbare raadgever—en wanneer niet? Over expertise, bias en waarom pauzeren soms beter werkt dan eindeloos analyseren.
Intuïtie heeft een slechte reputatie: te vaag, te emotioneel, te gevoelig voor vooroordelen. Toch vertrouwen we er dagelijks op—van het inschatten van mensen tot het nemen van snelle beslissingen in drukke levens. De vraag is dus niet óf je intuïtie gebruikt, maar wanneer je dat beter wél of juist níét doet.
Vertrouw op intuïtie bij herkenbare situaties waarin je competent bent
In veel gevallen is
intuïtie geen zesde zintuig, maar razendsnelle patroonherkenning. Onderzoek naar besluitvorming “in het wild” (bijvoorbeeld bij hulpdiensten) laat zien dat experts vaak niet vergelijken, maar herkennen: dit lijkt op eerdere situaties, dus dit is waarschijnlijk de beste eerste stap. Dat werkt vooral als je veel relevante vlieguren hebt én directe feedback kreeg op je keuzes. In zo’n context is intuïtie eigenlijk samengeperste ervaring.
Intuïtie is vaak ‘herkenning’
Onderzoekers die professionals in hoge-druk-situaties bestudeerden (zoals brandweercommandanten) zagen dat ervaren mensen zelden rustig opties naast elkaar leggen. Ze herkennen patronen en “zien” snel wat er mis is, en toetsen dat met een korte mentale simulatie: klopt dit scenario? Dat heet recognition-primed decision making. Het lijkt op buikgevoel, maar is vaak opgebouwd uit jaren ervaring—en mislukt juist wanneer je ervaring dun is of de situatie nieuw is.
Maar dezelfde snelle denkmode kan je ook de verkeerde kant op trekken. Psychologisch gezien past dit bij het idee dat we een snel, automatisch systeem hebben dat handig is, maar vatbaar voor denkfouten en vertekeningen—zeker als we ons laten leiden door stereotypes, emoties of onvolledige informatie. Intuïtie kan dan vooral bevestigen wat we al dachten.
Een praktische vuistregel: vertrouw op intuïtie bij herkenbare situaties waarin je competent bent (werk, sport, routinekeuzes), en schakel naar “traag denken” bij nieuwe, complexe of politiek geladen kwesties—waar belangen groot zijn en je makkelijk in je eigen bubbel belandt. Wie slim is, gebruikt intuïtie als alarmbel (“hier klopt iets niet”) en analyse als rem (“waarom denk ik dit eigenlijk?”).