Het is bijna een natuurwet in de Nederlandse politiek: waar
Mona Keijzer verschijnt, loopt het vroeg of laat uit op gedonder. De voormalige CDA’er, die in 2023 haar entree maakte bij
BBB, heeft opnieuw bewezen dat ze een politieke rampenpiloot is — misschien bij sommige kiezers die genoeg hebben van Haagse consensus, maar berucht bij collega’s die iets complexere samenwerkingen waarderen.
Ze is sinds mensenheugenis de enige bewindspersoon die op staande voet is ontslagen door de premier. In September 2021 was Rutte Mona en haar parmantige gedoe zat. Na een interview in De Telegraaf, waarin zij publiekelijk vraagtekens zette bij de coronapas en daarmee feitelijk afstand nam van het kabinetsbeleid, besloot
Mark Rutte haar per direct te laten vertrekken als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Formeel werd via de koning “eervol ontslag” verleend, maar in de praktijk kwam het neer op een ontslag op staande voet: een uitzonderlijk hard middel, dat in de recente parlementaire geschiedenis nauwelijks voorkwam.
Binnen het CDA toonde Mona Keijzer herhaaldelijk ambitie voor het leiderschap. Tegen de partijlijn in deed ze in 2012 een gooi naar het lijsttrekkerschap, maar moest ze Sybrand Buma voor zich dulden. Acht jaar later waagde ze opnieuw een poging, dit keer in de interne lijsttrekkersverkiezing met onder anderen Hugo de Jonge en
Pieter Omtzigt, maar daar strandde ze al in de eerste ronde, achter beide rivalen. (Het werd uiteindelijk Wopke)
Na haar ontstlag uit het kabinet-Rutte was haar rol in het CDA uiteraard uitgespeeld. Dus het wachten was op het moment dat ze elders dingen kapot ging maken (a la Rita Verdonk)
Het werd BBB. Ze werd binnengehaald als stemmenkanon en als kandidaat-premier. Maar sinds haar komst verloor BBB bij iedere verkiezing meer zetels (en staat in de peilingen nu op 2 zetels).
Toch ging ze weer een machtstrijd aan, die ze weer verloor. En nu is ze zonder twijfel op weg naar een volgend debacle.