Met het vakantieseizoen in volle gang verschijnen ze weer massaal in de Nederlandse straten:
caravans en campers die dagenlang voor de deur staan te wachten op vertrek — of er net van zijn teruggekeerd. Maar hoe lang mag dat eigenlijk, voordat je gemeente (of de buurman) ingrijpt?
Een landelijke wet die exact voorschrijft hoeveel dagen een caravan of
camper op de openbare weg mag staan, bestaat niet. De regels worden bepaald door de gemeente, via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De meeste Nederlandse gemeenten volgen daarbij het model-APV van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, dat een maximum van drie achtereenvolgende dagen voorschrijft, zo bevestigt de ANWB. Daarna moet het voertuig worden verplaatst, en — minder bekend — vaak mag het binnen een bepaalde straal niet meteen opnieuw geparkeerd worden.
Onder "openbare weg" valt overigens veel meer dan alleen de rijbaan: ook stoepen, parkeerplaatsen, pleintjes en plantsoenen tellen mee. Wie zich er niet aan houdt, riskeert volgens het Openbaar Ministerie een boete van 120 euro.
Amsterdam hanteert een opvallend strikte uitleg: de caravan mag in principe slechts één dag vóór vertrek en één dag ná thuiskomst voor de deur staan, aldus een overzicht van In de Tent. Utrecht is met drie dagen ervoor en twee erna juist coulanter. Daarnaast geldt in veel gemeenten een aparte regel voor voertuigen langer dan 6 meter of hoger dan 2,40 meter: die mogen vaak helemaal niet binnen de bebouwde kom worden geparkeerd als ze het uitzicht van bewoners belemmeren, meldt
Camperpunt.Wie de camper als slaapplek gebruikt op straat, is verder altijd in overtreding: dat geldt als wildkamperen en is in vrijwel heel Nederland verboden, aldus Strating Caravans.