De energietransitie heeft een ongemakkelijke bijwerking. Hoe meer huishoudens van het aardgas af gaan, hoe hoger de rekening wordt voor wie achterblijft. Uit een doorrekening die de Autoriteit Consument & Markt (ACM) eind augustus publiceerde, blijkt dat de gastransportkosten per huishouden richting 2050 bijna vier keer zo hoog kunnen worden als nu. Niet omdat je meer verbruikt, maar omdat je buren vertrokken zijn.
Minder gebruikers, hogere rekening
Het gasnet kost geld: onderhoud, beheer, toezicht. Die kosten zijn grotendeels vast, ongeacht hoeveel huishoudens er gebruik van maken. Stappen de helft van de gebruikers over op een warmtepomp of warmtenet, dan verdwijnt de helft van de inkomsten, maar niet de helft van de kosten. Het restant wordt verdeeld over een steeds kleinere groep.
De rekening loopt niet op omdat je meer stookt. Hij loopt op omdat er minder mensen zijn om hem te delen.
Op het stroomnet is de beweging omgekeerd: daar groeit de vraag juist, en
stijgen de netkosten mee. Bij gas krimpt het klantenbestand, terwijl de infrastructuur nog jarenlang intact moet blijven voor wie overblijft.
Van €200 naar €790 per jaar
De ACM rekent in haar middenscenario met een huishouden dat jaarlijks 1.000 m³ gas verbruikt. In 2025 betaalde zo'n huishouden €200 aan transporttarieven, op een totale gasrekening van gemiddeld €1.680. Richting 2050 stijgt dat transportdeel naar circa €790. Het aandeel van de netkosten in je gasrekening groeit daarmee van zo'n 12 procent naar 35 procent, aangenomen dat gasprijs en energiebelasting gelijk blijven.
In het somberste scenario, waarin bijna niemand meer gas gebruikt, loopt het zelfs op tot €1.200 per jaar. Wordt er nog relatief veel groen gas ingezet, dan kan het beperkt blijven tot €275. Hoe succesvol de transitie verloopt, bepaalt dus ironisch genoeg hoe zwaar de achterblijvers worden geraakt.
Bovenop de rekening: €13 miljard aan sloopkosten
Naast het verdelen van vaste kosten over minder schouders speelt er een tweede kostenpost. Ongebruikte leidingen en aansluitingen moeten om veiligheidsredenen worden verwijderd. De ACM raamt die verwijderingskosten tot 2050 op circa €13 miljard. Ook die rekening wordt via de transporttarieven doorgeschoven naar de achterblijvers op het gasnet.
Niet iedereen kan vertrekken
Niet iedereen heeft de keuze om van het gas af te gaan. Huurders zijn afhankelijk van de verduurzamingsplannen van hun verhuurder. Bedrijven met processen die technisch nog niet te elektrificeren zijn, zitten vast. Dat
gas op dit moment al peperduur is, maakt het extra wrang: juist de mensen die het minst in staat zijn om over te stappen, betalen straks het meest.
De stijgende gastransporttarieven kunnen flinke gevolgen hebben voor huishoudens en bedrijven die moeten 'achterblijven' op het gasnet. Daarom vraagt de ACM hier nu aandacht voor.
- Manon Leijten, bestuurslid ACMDe bal ligt bij Den Haag
De ACM kan zelf weinig doen. De toezichthouder mag kosten alleen verdelen over actieve gasgebruikers en kan vertrokken huishoudens niet dwingen mee te betalen. Een verwijderingsbijdrage voor wie het gasnet verlaat zou een financiële drempel opwerpen voor de energietransitie, en dat vindt de ACM onwenselijk. Als alternatief noemt de toezichthouder de optie om verwijderingskosten uit de algemene middelen te betalen, vergelijkbaar met de aanpak bij het waterstofnet. Een politiek besluit daarover ontbreekt vooralsnog.
Hoe succesvoller Nederland van het gas af gaat, hoe zwaarder de rekening voor wie niet mee kan. Over tien jaar betaal je niet meer voor je eigen verbruik, maar voor een netwerk dat steeds minder mensen bedient.