Rijd je deze weken door de Alblasserwaard, dan zie je bruin en zwart waar het gras groen zou moeten zijn. Volgens Het Kontakt veroorzaken vele miljoenen veldmuizen dit najaar grote schade bij de boeren in die polder. Woon je aan de rand van zo'n gebied, dan wil je vooral één ding weten: staan ze straks ook in je schuur of je keuken? Het korte antwoord is dat veldmuizen zelden in een woning terechtkomen. In een schuur gebeurt dat soms wel.
Een plaag met een naam en een regio
Gerbert Roerink, onderzoeker bij Wageningen Environmental Research en specialist in veldmuizen, laat in Het Kontakt geen twijfel bestaan: “Je kunt het absoluut een muizenplaag noemen.” Volgens Nieuwe Oogst lijkt de Alblasserwaard door de kale, bruine percelen wel een toendra. Een melkveehouder vertelde de vakkrant dat er in vrijwel het hele gebied muizenoverlast is, op 25.000 hectare agrarisch grasland.
Het blijft niet bij die ene polder. In een vervolgstuk meldt Het Kontakt dat de plaag ook West Betuwe heeft bereikt. Melkveehouder Gerrit de Groot uit Herwijnen noemt de situatie daar “dramatisch.” Op 9 oktober meldde Nieuwe Oogst dat de Groenmonitor van Wageningen University & Research op satellietbeelden zichtbare muizenschade ziet op circa 18.000 hectare grasland. De Stentor bracht het verhaal diezelfde dag landelijk.
Hier is de schade volgens de satellietbeelden en de regionale berichtgeving zichtbaar:
- Friesland en de Alblasserwaard: de meeste getroffen percelen
- West Betuwe: melkveehouders moeten tientallen hectares opnieuw inzaaien
- Veenweidegebieden in de Krimpenerwaard en Utrecht
- Rivierkleigronden in Gelderland
- De Eempolder en Noord-Groningen
Waarom juist dit jaar
Roerink legt in
Het Kontakt uit dat de aantallen eens in de zoveel jaar pieken. Een zachte winter, een mooi voorjaar en een droge, warme zomer zorgen volgens hem voor een veel grotere voortplantingsdrift. De
muizen verlaten dan de veilige bermen en trekken het open weiland in. Plagen als deze komen volgens Roerink in cycli van drie tot vijf jaar voor.
Hoe snel dat gaat, beschrijft Nieuwe Oogst: onder gunstige omstandigheden krijgt een vrouwtje elke maand zes tot acht jongen. Die zijn na ongeveer een maand zelf geslachtsrijp.
De veldmuis hoort in het open veld. De muis in je keuken is bijna altijd een andere soort.
Komen ze ook naar je huis?
Bestrijdersbronnen zijn daar vrij eensgezind over. Volgens De Bestrijdingsbrigade komen veldmuizen zelden in woningen. Ze gaan hooguit naar schuren of bijgebouwen, en dat ze zich echt binnenshuis vestigen, is ongebruikelijk. Muizenkwijt houdt er rekening mee dat je in het hoogseizoen een paar verdwaalde veldmuizen tegenkomt, zeker als je dicht bij landbouwgrond woont.
Rentokil noemt wel een uitzondering: bij extreme kou of wateroverlast kunnen veldmuizen schuren, garages en zelfs spouwmuren in komen om beschutting te zoeken. Volgens het bedrijf kunnen ze via stootvoegen in de spouw komen. Dat boeren nu juist land onder water zetten, maakt dat scenario herkenbaar. Of het onderwaterzetten muizen ook naar woonerven drijft, staat in de gevonden berichtgeving niet. De muizen die het overleven, trekken zich volgens Nieuwe Oogst vooral terug in bermen, slootkanten en dijken.
Veldmuis, huismuis of bosmuis
Het verschil zie je aan de staart, schrijft Altho. Bij de huismuis is die ongeveer even lang als het lijf, bij de veldmuis is hij opvallend kort. De veldmuis is gedrongen, heeft een stompe snuit en kleine oortjes die half in de vacht verstopt zitten. De huismuis is slank, met een spitse snuit en grote oren. Volgens Altho is het de huismuis die voor muizenoverlast in huis zorgt.
Hoor je geritsel in het plafond of vind je keutels in de keukenkast, dan is de kans dus groot dat het om een huismuis gaat en niet om de veldmuizen uit de polder. Hoe je dat aan geluid en sporen herkent en wat je tegen huismuizen en de beschermde bosmuis mag doen, lees je in ons eerdere stuk over gekrabbel in je plafond.
Wat mag je met een veldmuis in je schuur?
Volgens het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) is de veldmuis, anders dan de huismuis, een beschermde soort. Toch is vangen of doden niet verboden als de dieren zich in of op gebouwen of op het bijbehorende erf bevinden. Het KAD noemt klapvallen met een stukje wortel als eenvoudige vangmethode, afgedekt zodat er geen andere dieren in terechtkomen. Sommige commerciële bestrijderssites schrijven dat je veldmuizen helemaal niet mag vangen. Het KAD is het landelijke kenniscentrum en maakt die uitzondering voor gebouwen wel. Gif tegen veldmuizen mag volgens Rentokil niet.
Voor boeren is het een ander verhaal. Zij krijgen volgens Nieuwe Oogst geen vergoeding voor muizenschade, waardoor de economische schade volledig voor hun rekening komt.
Wanneer is het voorbij
Voorlopig nog niet. Volgens Nieuwe Oogst kan de populatie in het najaar verder groeien en kan de schade toenemen zodra het gras door de kou stopt met groeien. Roerink verwacht in Het Kontakt dat het aantal muizen uiteindelijk vanzelf weer daalt, omdat er bij zo'n extreme piek voedselgebrek ontstaat en ziektes zich snel verspreiden.
Dan krijg je totale overbevolking. Het gras is weggevreten, er is geen eten meer en er treden ziektes op. In het voorjaar zitten de muizen dan waarschijnlijk weer vooral in de bermen.
- Gerbert Roerink, Wageningen Environmental Research, in Het KontaktWat je nu kunt doen
- Bewaar dierenvoer, vogelzaad en ander voedsel in de schuur in afgesloten bussen van metaal of hard plastic. Volgens Muizenkwijt eten veldmuizen soms van wat in schuren is opgeslagen.
- Haal bladafval, snoeihout en dicht struikgewas bij je gevel weg en maai het gras kort, adviseert Rentokil. Veldmuizen houden niet van open plekken waar roofdieren ze zien.
- Zet bijenbekjes in open stootvoegen, zodat er geen muizen de spouw in kunnen en je huis toch geventileerd blijft.
- Ruim je schuur of zolder op met handschoenen aan en raak nesten en muizenpoep zo min mogelijk aan. GGD Leefomgeving noemt de kans op het hantavirus erg klein, maar iets groter voor mensen die vlak bij weilanden wonen.
- Zie je toch een muis in huis, kijk dan eerst naar de staart: een lange staart wijst op een huismuis, en die vraagt een andere aanpak.
Bronnen:
Het Kontakt,
Het Kontakt (West Betuwe),
Nieuwe Oogst,
Nieuwe Oogst (Groenmonitor),
De Stentor (via Drimble),
Kennis- en Adviescentrum Dierplagen,
Rentokil,
De Bestrijdingsbrigade,
Altho,
Muizenkwijt,
GGD Leefomgeving