Om 9.41 uur en 15 seconden Amerikaanse oostkusttijd, op de ochtend van 11 september 2001, drukte fotograaf
Richard Drew op de ontspanknop van zijn Nikon. Tussen de twee torens van het World Trade Center hing één man, kaarsrecht, één been licht gebogen, alsof hij een duik nam in stilstaand water. De foto zou de wereld overgaan, en direct daarna vrijwel overal uit het zicht verdwijnen.
De ochtend zelf
Drew, destijds 54, had die dinsdagochtend een opdracht in Bryant Park: een zwangerschapsmodeshow. Toen zijn redacteur belde over een vliegtuig in de noordelijke toren, nam hij de metro naar Chambers Street. Op de hoek van West en Vesey Street ging hij staan tussen een politieman en een ambulancemedewerker, met een 200mm-lens.
Hij hoorde harde tikken. Aanvankelijk dacht hij dat het brokstukken beton waren. Het waren mensen. Naar schatting 200 personen sprongen of vielen die ochtend uit de bovenste verdiepingen, waarvan bijna alle uit de noordelijke toren, waar boven de 91e verdieping meer dan 1.300 mensen ingesloten zaten. De temperatuur op sommige plekken werd geschat op meer dan 1.090 graden Celsius. Wie sprong, deed dat niet om te sterven maar om te ademen.
Drew maakte tien tot twaalf reeksen van vallende mensen, voordat de zuidelijke toren instortte en hij zich moest terugtrekken. Terug op het AP-kantoor in Rockefeller Center zag hij het frame meteen tussen de twaalf opnames van dezelfde man liggen. Het viel op door de verticaliteit en de symmetrie: de man precies tussen de twee torens, alsof hij daar altijd al gehangen had.
Één keer op pagina zeven
De foto verscheen op woensdag 12 september wereldwijd in kranten. In The New York Times stond hij op pagina zeven, met een sober onderschrift over een man die met het hoofd naar beneden viel na uit de noordelijke toren te zijn gesprongen. En daarna niet meer.
De reacties waren fel. Lezers noemden het beeld kil, sadistisch, grafschennerij, een schending van waardigheid. Bij Amerikaanse regionale kranten als de Fort Worth Star-Telegram, de Memphis Commercial Appeal en The Denver Post stroomden klachten binnen dat een sterfmoment tot pornografie was gemaakt. CNN, dat de vallende lichamen aanvankelijk live had uitgezonden, besloot na intern beraad de beelden alleen nog onherkenbaar te tonen, en stopte er kort daarna helemaal mee. Een documentaire over brandweerkapelaan Mychal Judge liet wel het gedreun horen van lichamen die op de grond sloegen, maar niet hoe vaak dat gebeurde.
Het waren beelden die niet ontkend konden worden en toch niet gezien mochten worden. Brandweercommandant Bill Feehan, die die dag zelf zou omkomen, jaagde een cameraman op straat weg met de woorden dat hij toch enig fatsoen moest hebben. Het lijkmerk van de New Yorkse gerechtelijk geneeskundige zei het botter: er waren geen springers op 9/11. Een springer is iemand die zich op de ochtend voorneemt om te sterven. Deze mensen wilden leven. Alle sterfgevallen van die dag werden geregistreerd als moord.
De verkeerde identificatie
Terwijl de foto uit de Amerikaanse media verdween, wilde één krant weten wie de man was. Het Canadese The Globe and Mail stuurde verslaggever Peter Cheney op pad. Cheney liet de foto digitaal opschonen, zag een goatee, een lichtgetinte huid en wat leek op de witte tuniek van een restaurantmedewerker. Windows on the World, het restaurant op de 106e en 107e verdieping van de noordelijke toren, had die ochtend 79 werknemers en 91 gasten verloren. Onder de vermistenposters in Times Square viel Cheneys oog op Norberto Hernandez, banketbakker, geboren in Puerto Rico. Diens broer en zus bevestigden: dat is hem.
Het artikel verscheen. En het brak een gezin. Voor de katholieke familie Hernandez was zelfmoord een zonde, en de dochters weigerden te accepteren dat hun vader gesprongen zou zijn. Toen Cheney op de begrafenis Norberto's oudste dochter Jacqueline zijn afdruk toonde, keek ze kort en beval hem te vertrekken. De uitspraak die Esquire-journalist Tom Junod later optekende: dat stuk stront is mijn vader niet.
Junod, Esquire en Jonathan Briley
Junod pakte het dossier op na een verzoek van Hernandez' weduwe om haar man's naam te zuiveren. Van Drew leerde hij dat de gepubliceerde foto één opname was uit een reeks van twaalf. In enkele frames daarvoor is het gezicht van de vallende man kort zichtbaar; in latere frames scheurt zijn witte overhemd open en komt eronder één onbetwistbaar feit tevoorschijn: een oranje T-shirt.
Junod bezocht Norberto's weduwe Eulogia en dochter Catherine. Zij bekeken de volledige reeks. Hun oordeel was even zeker als dat van Cheney was geweest, maar tegenovergesteld: de man op de foto had een donkerder huid, droeg andere kleren, was niet Norberto.
De sporen leidden naar een andere familie in de buurt van New York. Jonathan Briley, 43 jaar, geluidstechnicus bij Windows on the World. Meer dan één meter negentig, lichtgetint, snor en sik. Zijn vader was dominee, die in de dagen na 11 september drie uur lang bad om te weten waar zijn zoon was. Zijn zus Gwendolyn kende de foto vanaf de dag dat hij verscheen. Ze wist dat Jonathan astma had en dat hij, in de rook en de hitte, alles zou doen om te ademen. Zijn broer Timothy wist wat Jonathan meestal aan had onder zijn witte overhemd: een oranje T-shirt. Zo vaak dat Timothy hem er soms mee plaagde. Toen Timothy een dag later Jonathans lichaam moest identificeren, waren alleen de zwarte hoge schoenen nog herkenbaar. Dezelfde schoenen als op de foto.
Officieel is de identificatie nooit bevestigd. Junods artikel, verschenen in het septembernummer van Esquire in 2003 en later bewerkt tot de documentaire 9/11: The Falling Man van Henry Singer uit 2006, laat de vraag bewust openstaan. Misschien is het Jonathan Briley. Misschien sprong hij niet uit wanhoop, maar om thuis te komen.
Waarom het beeld blijft
Van alle beelden van 11 september is dit degene die het langst nazindert, juist doordat hij twee decennia lang half in de schaduw is gehouden. Een Time-terugblik in 2016 noemde de vallende man een geïmproviseerde Onbekende Soldaat in een onbekende oorlog, voor altijd opgehangen in de geschiedenis. Zangwer Elton John, die het beeld voor zijn privéverzameling kocht, sprak van de mooiste afbeelding van iets zo tragisch.
Wat de foto doet, doet geen andere 9/11-opname. Instortende torens gaan over gebouwen, en gebouwen zijn abstract. Rookpluimen gaan over Manhattan, en Manhattan is groot. Deze foto gaat over één mens en tien seconden. Hij dwingt de kijker om na te denken over een keuze die niemand ooit had mogen maken: springen of stikken. Amerika koos ervoor om die keuze niet te zien. De rest van de wereld deed dat wel, en herinnert zich daardoor 11 september niet als een oorlog tegen torens, maar als een oorlog tegen mensen.
Vijfentwintig jaar later staat hij nog steeds daar tussen die torens. Zijn been iets gebogen. Zijn armen langs zijn lichaam. Onder zijn witte overhemd, misschien, een oranje T-shirt.
Meer weten?