De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de
rente opnieuw verhoogd. Het belangrijkste ECB-tarief gaat met een kwart procentpunt omhoog naar 2,50 procent. Voor veel Nederlanders is dat geen abstract nieuws uit Frankfurt: hogere rente kan doorwerken in leningen, hypotheken en spaarrentes — al gebeurt dat niet overal tegelijk en zeker niet één op één.
De rente gaat op 16 september omhoog
De ECB verhoogt drie belangrijke tarieven met 0,25 procentpunt. De depositorente komt daardoor uit op 2,50 procent, de herfinancieringsrente op 2,65 procent en de marginale beleningsrente op 2,90 procent. De nieuwe tarieven gelden vanaf 16 september.
De centrale bank wil zo de inflatie afremmen en op middellange termijn weer rond haar doel van 2 procent krijgen. Oplopende energieprijzen zetten de inflatie opnieuw onder druk. De ECB kiest daarom voor een duurdere prijs van geld: lenen wordt voor banken kostbaarder, met mogelijke gevolgen voor consumenten en bedrijven.
Heb je een hypotheek? Meestal verandert niet meteen iets
Wie een
hypotheek met een vaste rente heeft, merkt van deze stap doorgaans niets zolang de rentevaste periode loopt. Pas bij het oversluiten of het aflopen van die periode kan de dan geldende marktrente doorslaggevend worden.
Bij een variabele hypotheek kan de rente wel eerder bewegen. Maar ook daar geldt: banken bepalen hun tarieven zelf. De ECB-rente is dus geen automatische knop die de maandlasten exact met een kwart procentpunt verhoogt.
Voor starters is de boodschap ongemakkelijker. Hypotheekrentes worden vooral bepaald door kapitaalmarktrentes en de risico-opslag van banken, niet uitsluitend door de ECB. Toch helpt een nieuwe renteverhoging niet mee aan snel dalende hypotheekrentes.
Lenen en rood staan kunnen duurder worden
Wie rood staat, een persoonlijke lening heeft of een kredietkaartschuld laat oplopen, kan sneller met hogere tarieven te maken krijgen. Kredietverstrekkers verwerken veranderingen in financieringskosten vaak in nieuwe tarieven of voorwaarden.
Controleer daarom vooral het rentepercentage van doorlopend krediet en roodstand. Dat zijn dure vormen van lenen, waarbij een relatief kleine rentestap over langere tijd flink kan aantikken. Extra aflossen is alleen verstandig wanneer dat past binnen een financiële buffer voor onverwachte uitgaven.
En spaargeld dan?
Voor spaarders is het beeld minder voorspelbaar. Banken hoeven een ECB-verhoging niet volledig of onmiddellijk door te geven. Wel kan concurrentie ertoe leiden dat sommige aanbieders hun spaarrentes verhogen, vooral voor vrij opneembare rekeningen of tijdelijke deposito's.
Vergelijken blijft dus zinvol. Kijk niet alleen naar de hoogste tijdelijke rente, maar ook naar voorwaarden, de opneembaarheid van het geld en de bescherming van spaargeld. Zet geld dat je op korte termijn nodig hebt niet vast voor een paar tienden procent extra rente.
Wat kun je nu doen?
Raak niet in paniek door één rentebesluit. Inventariseer wel je kwetsbare plekken: een variabele rente, roodstand, een aflopende rentevaste periode of spaargeld dat structureel vrijwel niets oplevert. Wie die vier zaken op een rij heeft, kan gerichter beslissen — en voorkomt dat de volgende rentebeweging als een verrassing komt.