
KWF Kankerbestrijding zegt 80 procent van het geld aan wetenschappelijk onderzoek te besteden. In werkelijkheid wordt nog niet eens de helft van de inkomsten aan onderzoek uitgegeven. Dat schrijft NRC Handelsblad na bestudering van de jaarrekeningen van het KWF en gegevens van het Centraal Bureau Fondsenwerving.
Op zo ongeveer elke pagina van de website beweert KWF 80 procent aan onderzoek uit te geven. 20 procent gaat naar voorlichting en patiëntenbegeleiding. Verder wekt het fonds de indruk weinig reserve te hebben en zoveel mogelijk van de inkomsten direct uit te geven aan onderzoek.
Op dit moment is het vermogen van de organisatie bijna 300 miljoen euro. Daarmee is KWF Kankerbestrijding verreweg ’s lands grootste gezondheidsfonds. De inkomsten stegen de afgelopen jaren van 96 miljoen euro in 2009 tot 146 miljoen euro vorig jaar. De bestedingen aan wetenschappelijk onderzoek daalden echter van ruim 80 procent in 2009 naar 48 procent vorig jaar.
De woordvoerder van KWF zegt dat het een definitiekwestie is en geeft toe dat daar niet handig over gecommuniceerd wordt. Het is namelijk zo dat 80 procent van de uitgaven wordt besteed aan onderzoek en niet 80 procent van de inkomsten, zoals de organisatie suggereert. Daarnaast worden campagne- en wervingskosten geboekt als ‘besteding aan wetenschappelijk onderzoek’. Dat percentage wordt elk jaar hoger. Financieel bestuurder Ruud Kamphuis meent dat alle kosten verantwoord kunnen worden. KWF twittert dat het zich volledig distantieert van het artikel van het NRC en dat het zich beraadt op juridische stappen.
Bron(nen): NRC
POPULAIR NIEUWS

Onderzoekers: eet van de kiwi ook de schil. Maar was hem wel goed

In Amerika het dubbele verdienen? Bij deze drie beroepen verschilt het loon flink

Plaque in je slagaders verdwijnt niet, maar kan wel stabieler worden: zo verklein je de kans op een hartinfarct

1,2 miljoen loonstroken verraden het: in deze 10 banen stijgt het salaris het snelst

Zit er pfas in je koekenpan of bakpapier? Van 34 bedrijven gaven er maar 4 een volledig antwoord
