Ruim twee derde van de jongvolwassenen kwam, vaak op minderjarige leeftijd, in aanraking met gewelddadige pornografische beelden. Dat blijkt uit onderzoek van het Jonkers Verwey Instituut in opdracht van kinderrechtenorganisatie Defence for Children.
Bijna een kwart van de ruim duizend respondenten kwam op 14-jarige leeftijd of eerder per ongeluk in aanraking met zulke beelden. Een op de zes zocht het zelf op. Ook geeft bijna een kwart van de respondenten tussen de 18 en 27 jaar aan beelden van seksueel kindermisbruik te hebben gezien.
Velen die zulk soort beeldmateriaal zien, geven in het onderzoek aan te zijn geschrokken van het geweld in de porno en zeggen gevoelens zoals walging, schaamte, angst of verdriet te hebben. Volgens Defence for Children is het zien van geweld tijdens seks schadelijk voor de seksuele ontwikkeling van kinderen en jongvolwassenen en kan het leiden tot mentale gezondheidsproblemen.
Onvoldoende bescherming
Onder geweld verstaan de onderzoekers onder meer incest, aanranding, fysiek en verbaal geweld, wraak of dwang en uitbuiting. De onderzoekers scharen daar ook gewelddadige seks onder waarvoor toestemming is gegeven, zoals BDSM (Bondage Discipline en Sado-Masochisme). Volgens de onderzoekers is het voor kijkers "moeilijk om vast te stellen of er sprake is van consensuele BDSM of niet-consensuele gewelddadige pornografie".
Defence for Children wijt het probleem aan de digitale omgeving waarin jonge mensen onvoldoende beschermd worden. Chatapps, sociale media, games en websites worden niet voldoende gemonitord, waardoor jongeren na het bekijken van legaal materiaal snel blootgesteld worden aan "gewelddadige, schadelijke en strafbare seksuele content". Daarom pleit de organisatie voor meer toezicht en versterkte handhaving op schadelijke algoritmes en strafbare content.
"Kinderen en jongeren moeten veilig kunnen bewegen in de digitale wereld, net zoals dat in de fysieke wereld geldt", zegt Carrie van der Kroon, directeur bij Defence for Children. "De verantwoordelijkheid voor welke content een kind te zien krijgt, ligt niet bij het kind. Die ligt bij de techbedrijven die deze content toelaten en hun platform laten vervuilen."