Is de mens goed of slecht? Dat hangt ervan af

Lange tijd gingen wetenschappers er vanuit dat de mens van nature slecht is. Er is een klein laagje vernis dat we beschaving en moraliteit noemen, maar als het er op aan komt, zijn we allemaal in staat tot moord en geweld, was het idee. Of is dat toch niet zo? Magazine Kijk zocht het uit.

Moordfantasieën
In bepaalde omstandigheden zijn we waarschijnlijk bijna allemaal in staat tot kwaadaardigheid. Bij de meeste grote volkerenmoorden had slechts 5 procent psychopathische of sadistische trekken, ontdekten psychologen. Verreweg de meeste mensen waren gewone burgers. Uit ander onderzoek blijkt dat 75 procent van de mannen en 60 procent van de vrouwen weleens moordfantasieën heeft. Volgens de wetenschap gold de mens dan ook lange tijd als ‘superroofdier’ dat altijd zijn eigen belang nastreeft, indien nodig ten koste van anderen.

Maar nieuwe wetenschappelijke inzichten leiden tot andere conclusies. Zo toonde de Amerikaans-Canadese hoogleraar Paul Bloom aan dat kinderen van vijf maanden oud al moreel gedrag vertonen. Hij liet de kinderen video’s zien waarin een poppetje werd geholpen of tegengewerkt. Ze kozen unaniem voor het helpende figuurtje en vonden het goed dat de slechterik werd bestraft. “Baby’s bezitten een moreel fundament”, schreef Bloom in The New York Times. “Als we niet met deze basisapparatuur waren gestart, zouden we niets meer zijn dan amorele wezens die meedogenloos hun eigen belangen nastreven.”

Iedereen is in staat om te doden
De Nederlandse criminoloog Soenita Ganpat, die werkt aan de Britse Universiteit van Derby, denkt dat de meeste mensen in principe in staat zijn om te doden in extreme situaties. “Dat is best een controversiële stelling. Mensen reageren daar soms verontwaardigd op door te beweren dat ze nooit iemand zouden doden. Maar wat als je er bijvoorbeeld achterkomt dat je kind langdurig seksueel is misbruikt door iemand die je goed kent? Iedereen heeft een grens.”

Moorden heeft ook evolutionaire voordelen. “Moorden bracht historisch gesproken grote overlevingswinst”, schreven de evolutiepsychologen Joshua Duntley en David Buss al in 2011. “Het voorkwam een voortijdige dood, ruimde nadeel veroorzakende rivalen uit de weg en leidde tot een vergroting van de hoeveelheid hulpbronnen.”

De D-factor
Ontbreken omstandigheden die tot geweld leiden, dan verschilt de neiging om kwaad te doen per persoon. Decennia psychologisch onderzoek hebben geleid tot de bepaling van de D-factor: de mate waarin iemand een van negen ‘dark traits’ (duistere kenmerken) heeft, zoals narcisme, morele onverschilligheid of haat. De dark factor wordt gedefinieerd als “de neiging waarmee iemand zonder enig mededogen zijn eigenbelang nastreeft, zelfs als dat anderen kwaad berokkent of juist met het doel iemand kwaad te doen”.

“D is een soort persoonlijkheidskenmerk dat je kunt vergelijken met extreem egoïsme”, zegt Ingo Zettler van de Universiteit van Kopenhagen. “Net zoals ieder mens een ander IQ heeft, zo bezit ook iedereen een bepaalde hoeveelheid D. Kwaadaardig gedrag is zowel aangeboren als aangeleerd. Deels zit het in de genen, deels wordt het door omstandigheden en opvoeding beïnvloed.”