Dyslexie wordt niet veroorzaakt door ‘leesgenen’ — de oorsprong ervan gaat 430 miljoen jaar terug

Wetenschap
door Dirk Kruin
dinsdag, 17 februari 2026 om 14:12
bijgewerkt om dinsdag, 17 februari 2026 om 15:15
231001207_m
Dyslexie is geen modern leesprobleem, maar wortelt in oeroude hersencircuits die al bij onze visachtige voorouders aanwezig waren. Nieuw genetisch onderzoek schuift het beeld van een enkel “leesgen” terzijde en laat zien hoe diep dit ontwikkelingsverschil in onze biologische geschiedenis verankerd zit.

Feiten en achtergrond

Een onderzoeksteam rond Pavel Dobrynin en Elena Grigorenko (Universiteit van Houston) bekeek veertig jaar genetisch onderzoek naar leesstoornissen en bracht 175 genen in kaart die samenhangen met dyslexie. Die genen bleken verrassend oud: een deel ervan gaat ruim 430 miljoen jaar terug, naar de eerste beenvissen en andere vroege gewervelden. Ze zijn bovendien sterk geconserveerd in de evolutie, wat erop wijst dat ze cruciaal zijn voor basisfuncties van het zenuwstelsel.
Belangrijk is dat deze genen niet speciaal voor lezen zijn ontstaan, simpelweg omdat lezen pas zo’n 5.000 jaar bestaat en dus te recent is voor een apart “leesorgaan” in de hersenen. In plaats daarvan ondersteunen ze algemene processen als patroonherkenning, volgorde, geheugen en sensorische verwerking, die later zijn “gerecycled” om lezen mogelijk te maken.
Het onderzoek ondergraaft het populaire idee dat dyslexie een soort defect is in een modern leesmechanisme. Wat we dyslexie noemen, lijkt eerder het gevolg van subtiele variaties in algemene hersennetwerken die talloze taken aansturen, waarvan lezen er slechts één is. Dat verklaart ook waarom dyslexie vaak samengaat met andere leer- en aandachtsproblemen: dezelfde genen zijn betrokken bij meerdere cognitieve functies.
De onderzoekers zagen bovendien twee kritieke ontwikkelingsfasen in het brein: vóór 24 weken zwangerschap ligt de nadruk op het aanleggen van de “bedrading”, daarna op het verfijnen van de communicatie tussen zenuwcellen. Verstoring in een van die fasen zou verschillende typen leesproblemen kunnen geven, wat in de toekomst kan helpen om behandelingen gerichter te maken. Voor ouders en scholen is de boodschap dubbel: dyslexie is diep biologisch verankerd, maar genen bepalen slechts een deel van het verhaal — onderwijs, taalomgeving en ondersteuning blijven cruciaal.
Cijfers 
Wereldwijd heeft naar schatting 5 à 10 procent van de mensen in meer of mindere mate dyslexie, vaak met grote impact op schoolcarrière en zelfbeeld. Tegelijk laten recente grote genetische studies zien dat alle bekende varianten samen maar enkele procenten van de verschillen in leesvaardigheid verklaren. Het nieuwe overzicht uit Houston sluit daar op aan: er bestaan geen simpele “leesgenen”, maar een complex netwerk van oeroude genen en moderne omgevingsfactoren die samen bepalen hoe vlot iemand leert lezen. In een tijd waarin scholen worstelen met leesachterstanden, helpt dit onderzoek om dyslexie minder als falen, en meer als een diep menselijke variatie in breinontwikkeling te zien.
loading

Loading