Darmkanker werd lang gezien als een ziekte van vijftigplussers. Maar artsen slaan alarm: het aantal jonge patiënten stijgt. Zelfs mensen van begin twintig krijgen de diagnose. De recente dood van acteur James Van Der Beek, die op 48-jarige leeftijd aan de ziekte overleed, zet de ziekte opnieuw in de schijnwerpers.
Waarom steeds meer jonge mensen darmkanker krijgen is niet helemaal duidelijk, maar onderzoekers zien wel patronen. Factoren als sterk bewerkt voedsel, weinig beweging en alcoholgebruik worden vaker genoemd bij jonge patiënten. Dat betekent niet automatisch dat ze de directe oorzaak zijn, maar de samenhang is opvallend.
Daarnaast verschuift de aandacht naar de darmflora. In onze darmen leeft een complexe gemeenschap van micro-organismen die een rol speelt bij de spijsvertering, het immuunsysteem en ontstekingsprocessen. Als dat ecosysteem uit balans raakt kan chronische ontsteking ontstaan. Dat verhoogt mogelijk het risico op tumorvorming.
Risicofactoren: wat vergroot de kans?
Genetische aanleg speelt een rol, maar leefstijl is minstens zo belangrijk. Een voedingspatroon met veel rood en bewerkt vlees en weinig vezels wordt in verband gebracht met een hogere kans op darmkanker. Ook alcoholgebruik, zelfs in beperkte hoeveelheden, vergroot het kankerrisico.
Verder dragen roken, overgewicht en een zittende levensstijl bij aan de kans op het ontwikkelen van de ziekte. Het zijn factoren die elkaar bovendien kunnen versterken.
Overlevingskansen: timing is alles
Er is discussie over de vraag of jonge patiënten een andere prognose hebben dan ouderen. Wat wél vaststaat: vroege ontdekking maakt een wereld van verschil. Wanneer de ziekte in een vroeg stadium wordt vastgesteld, ligt de vijfjaarsoverleving rond de 80 tot 90 procent. Is er al sprake van uitzaaiingen, dan zakt dat percentage drastisch naar ongeveer 10 tot 15 procent.
Juist omdat darmkanker bij jongeren minder wordt verwacht, wordt de diagnose soms later gesteld. Dat kan de uitkomst negatief beïnvloeden.
Signalen die je niet moet negeren
Klachten bij jonge patiënten lijken op die bij oudere mensen. Bloed bij de ontlasting, aanhoudende buikpijn en veranderingen in het ontlastingspatroon, zoals langdurige diarree of verstopping, zijn belangrijke waarschuwingssignalen. Ook onverklaarbare bloedarmoede kan een aanwijzing zijn.
Deze symptomen betekenen niet automatisch dat er sprake is van kanker, maar ze verdienen altijd medisch onderzoek. In sommige gevallen volgt een coloscopie om de darm van binnen te bekijken.
Wanneer en hoe screenen?
Voor mensen met een gemiddeld risico zonder familiegeschiedenis of eerdere darmproblemen wordt screening doorgaans aangeraden vanaf 45 jaar, tot ongeveer 75 jaar. Dat kan via ontlastingstesten of onderzoek van de dikke darm.
Wie een verhoogd risico heeft, bijvoorbeeld door erfelijke aanleg of chronische darmziekten, komt meestal eerder en vaker in aanmerking voor een coloscopie. In die groep is dit onderzoek de voorkeursmethode.
Een gesprek met de huisarts of specialist is de eerste stap om te bepalen wat in jouw situatie verstandig is.
Wat kun je zelf doen?
Volledige controle heb je niet, maar invloed wél. Regelmatig bewegen, voldoende vezels eten, veel groenten en fruit op het menu zetten en bewerkt vlees beperken zijn concrete maatregelen die het risico kunnen verkleinen. Een gezond gewicht nastreven helpt eveneens.
Daarnaast loont het om alcoholgebruik te matigen of te stoppen en roken achterwege te laten.
Minstens zo belangrijk: ken je familiegeschiedenis. Informatie over poliepen of darmkanker bij ouders, broers, zussen of kinderen kan cruciaal zijn voor tijdige screening. Openheid daarover kan niet alleen jouw gezondheid beschermen, maar ook die van je naasten.