Ons lichaam is geëvolueerd op een dieet van vezels, granen, peulvruchten, groente en een beetje dierlijk voedsel – niet op energiedichte, kant-en-klare producten vol industriële ingrediënten. Toch komt inmiddels een groot deel van onze dagelijkse calorieën uit ultrabewerkte
voeding, met zichtbare sporen in de volksgezondheid.
De verleiding van fabrieksvoedsel
Voormalig FDA-baas en kinderarts David Kessler beschrijft ultrabewerkte producten als “energierijk, extreem smakelijk en razendsnel opneembaar” – precies de combinatie waar ons metabolisme niet op gebouwd is. Het gaat om voedsel uit dozen en plastic: ontbijtkoekrepen,
snacks, kant-en-klaarmaaltijden, frisdrank, vleeswaren en granen met lange ingrediëntenlijsten vol siropen, zetmelen en hulpstoffen die je nauwelijks kunt uitspreken.
Die producten zijn ontworpen om onze beloningscircuits in de hersenen te raken en zorgen ervoor dat we blijven dooreten, zonder dat we nog een normaal gevoel van verzadiging krijgen. De “lege calorieën” zijn bovendien niet leeg: ze slaan neer als vet in de lever en dragen bij aan de explosie van
obesitas, diabetes type 2 en
hart- en vaatziekten.
Wat zegt de wetenschap?
Grote overzichtsstudies laten zien dat wie veel ultrabewerkt eet, een duidelijk hoger risico heeft op obesitas, diabetes, hoge bloeddruk en vroegtijdig overlijden. In sommige analyses gaat het om een risicotoename van rond de 30 procent of meer voor obesitas en diabetes bij de hoogste innamecategorieën. Ook in Nederland komt een aanzienlijk deel van onze energie-inname uit ultrabewerkte producten, terwijl minder dan de helft van de bevolking de Richtlijnen goede voeding haalt.
Meer dan een individuele keuze
Kessler trekt parallellen met de tabakscasus: niet iedereen rookte, maar wél vrijwel iedereen eet ultrabewerkte voeding. Hij wil dat de voedingsindustrie net zo kritisch wordt doorgelicht als destijds de sigarettenindustrie, met meer toezicht op de duizenden additieven die onder het label “algemeen erkend als veilig” in het voedselsysteem zijn beland. Tegelijkertijd subsidiëren overheden nog altijd de goedkoopste grondstoffen voor fabrieksvoedsel, terwijl onbewerkte alternatieven voor veel mensen duur en slecht bereikbaar zijn.
Wat is “te veel”?
Een recente meta-analyse en beleidsreview suggereren dat de gezondheidsrisico’s vooral scherp oplopen als grofweg 30 tot 40 procent van onze dagelijkse energie uit ultrabewerkt voedsel komt. In verschillende westerse landen – waaronder Nederland en de VS – zit een groot deel van de bevolking in dat bereik of daarboven. De kernboodschap van Kessler en andere experts: niet elk bewerkt product is meteen gif, maar het huidige volume aan ultrabewerkt eten past niet bij de manier waarop ons lijf is ontworpen om met voedsel om te gaan.