We schuiven binnenkort weer aan voor brunch, zoeken eieren in de tuin en zien overal paashazen en chocolade. Maar terwijl
Pasen elk jaar groter lijkt te worden in de supermarkt, weten steeds minder mensen waar het feest oorspronkelijk over gáát.
Vanuit de christelijke traditie is
Pasen het feest van de opstanding van
Jezus: volgens de Bijbel stond hij drie dagen na zijn kruisiging op uit de
dood. Dat moment geldt als symbool voor nieuw leven, vergeving en hoop – leven dat sterker is dan de dood. Daarom wordt Pasen nog steeds gezien als het belangrijkste christelijke feest.wikipedia+3
Tegelijk is Pasen óók een lentefeest. Lang vóór het christendom vierden mensen rond deze tijd van het jaar dat het licht terugkwam, de natuur ontwaakte en de vruchtbaarheid terugkeerde. Veel bekende symbolen zijn daar nog restanten van: eieren als teken van nieuw leven en de haas als vruchtbaarheidssymbool. Dat verklaart waarom Pasen vandaag net zo goed draait om brunch, lammetjes en de eerste écht zonnige dagen als om kerk en Bijbel.
Als we dus dit weekend een ei tikken, vieren we meer dan alleen gezelligheid. We vieren – religieus of niet – het idee dat na een donkere periode weer iets nieuws kan beginnen. En misschien is dát precies waarom Pasen in een onrustige wereld verrassend actueel blijft.
Opstanding tot voorbij de dood
Pasen is het belangrijkste christelijke feest. Gelovigen vieren dat Jezus na zijn kruisiging is opgestaan uit de dood, als teken dat God sterker is dan zonde en dood. De Goede Week leidt naar Pasen, met Witte Donderdag (Laatste Avondmaal), Goede Vrijdag (kruisiging) en Stille Zaterdag (rouw). Op Paaszondag viert de kerk het lege graf en de belofte van nieuw leven en hoop – niet alleen na de dood, maar ook voor mensen die nu een nieuw begin zoeken