In een eurozone vol hoge staatsschulden blijft Nederland opvallend laag. Wat zegt dat over onze ruimte voor crisispolitiek en investeringen?
Nederland oogt in de Europese schuldencompetitie nog altijd als de brave leerling van de klas. Waar grote eurolanden als Italië en Frankrijk torenhoge
staatsschulden torsen, blijft Den Haag keurig onder de Brusselse 60‑procentsnorm –
en ver onder het eurogemiddelde.Volgens de jongste cijfers van Eurostat schommelt de overheidsschuld in de eurozone rond de 88 procent van het bbp, met bekende probleemlanden die daar royaal boven zitten. Italië, Griekenland en Frankrijk dragen lasten boven of rond de 100 procent, waardoor elke renteverhoging direct pijn doet in de
begroting. Nederland daarentegen noteert een schuldquote van grofweg 42 à 44 procent: ongeveer de helft van de zuidelijke koplopers en dus met flinke ademruimte.
Opvallend is dat die relatieve luxepositie is bereikt na een reeks crises – van de financiële crisis tot corona – waarin ook Den Haag fors leende voor steunpakketten. Toch daalde de schuld de afgelopen jaren weer richting het laagste niveau in decennia, geholpen door economische groei en inflatie, die de schuld in verhouding tot het bbp laten krimpen. In Brussel geldt Nederland daardoor als ‘veilige’ debiteur met ruimte om in een volgende recessie nog een keer uit te pakken.
Maar het beeld is minder eenduidig zodra je breder naar
schulden kijkt dan alleen naar de staat. In internationale ranglijsten duikt Nederland niet op tussen de zwaarst ‘ingeschakelde’ landen, maar dat komt vooral door de bescheiden overheidsschuld. Aan de privékant zijn Nederlandse huishoudens, mede door hoge huizenprijzen en hypotheekschulden, juist bovengemiddeld stevig gefinancierd. De risico’s zitten daarmee eerder in de straat dan in het ministerie van Financiën.
In de komende jaren verschuift het Europese debat over begrotingsregels, defensie-uitgaven en klimaatinvesteringen. Nederland begint dat debat vanuit een comfortabele uitgangspositie, maar zal moeten kiezen waar de rek zit: bij de overheid, die zich meer mag permitteren, of bij burgers, die al diep in de stenen zitten.