De ene door
Warren Buffett geliefde beursindicator – de verhouding tussen de totale waarde van alle Amerikaanse
aandelen en het bruto binnenlands product – slaat opnieuw uit naar rood. In april staat deze zogeheten Buffett-indicator rond de 232 procent, fors boven de 200 procent die Buffett ooit zelf omschreef als
“spelen met vuur”.Volgens Buffett kan de
beurs op lange termijn niet structureel sneller groeien dan de onderliggende economie. Wanneer de marktwaarde van aandelen ver boven het niveau van de economische activiteit uitstijgt, volgt vroeg of laat een terugkeer naar het gemiddelde – meestal via koersdalingen. Dat gebeurde na de internetzeepbel rond 2000 en opnieuw na de piek in 2021.
Vandaag zijn er twee spanningsvelden tegelijk: winsten van bedrijven zijn uitzonderlijk hoog ten opzichte van het bbp én beleggers betalen hoge koers-winstverhoudingen. De S&P 500 noteert rond een k/w van meer dan 28, terwijl het honderdjarig gemiddelde ongeveer 17 is. De vraag is niet of, maar wanneer die marges en waarderingen normaliseren – en hoeveel pijn dat onderweg doet. Zolang de indicator in deze regionen blijft, is de euforie op Wall Street een risicovolle cocktail.