De landkaart van de
woningmarkt kantelt in hoog tempo. Wie in Groningen woont, ziet zijn huis rap in waarde stijgen. Wie in Amsterdam een appartement bezit, kan blij zijn met een schamele procent erbij.
Het CBS en het Kadaster publiceerden dinsdag 22 juli de cijfers over het tweede kwartaal van 2026, en de kloof tussen noord en west is groter dan ooit. In Groningen werden bestaande koopwoningen 7,9 procent duurder dan een jaar eerder — de grootste stijging van het land. In Noord-Holland bleef de teller steken op 2,4 procent, en in de gemeente Amsterdam zelfs op 0,8 procent. Landelijk kwam de gemiddelde prijsstijging uit op 4,2 procent.
Wie tien jaar geleden voorspeld had dat Groningse huizen sneller in waarde zouden stijgen dan Amsterdamse, was uitgelachen. Anno 2026 is het de nuchtere werkelijkheid.
“In Amsterdam en Rotterdam werden zelfs minder woningen verkocht dan een jaar eerder — een unicum in een verder oververhitte markt.”
De ranglijst van provincies
De verschillen zijn geen randverschijnsel meer, maar structureel. Zo ziet de top van de provincies eruit voor het tweede kwartaal van 2026:
•Groningen: +7,9%
•Drenthe: +5,7%
•Gelderland: +5,6%
•Fryslân: +5,3%
•Limburg: +4,9%
•Zuid-Holland: +4,6%
•Overijssel: +4,5%
•Noord-Brabant: +4,3%
•Zeeland: +4,0%
•Utrecht: +3,7%
•Flevoland: +3,2%
•Noord-Holland: +2,4%
De randen van het land trekken de kar, de
Randstad hijgt achteraan. Dat is precies het omgekeerde beeld van het decennium dat aan de coronacrisis voorafging.
De grote steden lopen achter
Ook binnen de vier grote steden zijn de contrasten stevig. Den Haag kende de grootste stijging (+4,5%), gevolgd door Rotterdam (+3,2%) en Utrecht (+2,2%). Amsterdam sloot met +0,8% de rij — bijna vijf keer trager dan het landelijk gemiddelde.
Nog opvallender: in Amsterdam werden 2,8 procent minder
woningen verkocht dan een jaar eerder, in Rotterdam 0,4 procent minder. Terwijl in Den Haag de verkopen met 3,5 procent stegen. De hoofdstad is niet meer de motor van de Nederlandse woningmarkt.
Waarom vlakt Amsterdam af?
Er zijn drie samenhangende oorzaken. Ten eerste is Amsterdam gewoon duur: de gemiddelde koopprijs lag begin 2026 in Noord-Holland op ruim 573 duizend euro, tegenover 378 duizend in Groningen. Bij hypotheekrentes van rond de 3,7 procent lopen kopers vast tegen het plafond van wat ze kunnen lenen.
Ten tweede zorgt de uitpondgolf van particuliere beleggers voor een ongekende hausse aan aanbod: aan het einde van het vierde kwartaal van 2025 stonden er ruim 3.500 woningen te koop in Groot-Amsterdam, een stijging van bijna een kwart op jaarbasis. Meer aanbod, minder prijsdruk.
Ten derde loopt de rest van Nederland een achterstand in. In veel plattelandsgemeenten in Groningen en Drenthe stegen de prijzen sinds 2023 met 24 tot 28 procent. Regio's die eerder achterbleven, kruipen omhoog richting het landelijk gemiddelde.
“Voor het eerst sinds jaren betaalt een Groningse huizenkoper in absolute euro's meer voor zijn stijging dan een Amsterdammer.”
Wat betekent dit voor kopers en verkopers?
Voor verkopers in het noorden is dit een gouden moment: nooit werd er in Groningen zoveel overboden als nu (gemiddeld 7,5 procent boven de vraagprijs in april 2026, tegen 1,6 procent in Zeeland). Voor kopers is het slecht nieuws — de betaalbaarheidsdroom van “verhuizen naar het noorden” wordt met de maand duurder.
Amsterdamse verkopers hebben minder reden tot juichen. Er komt meer aanbod op de markt, kopers hebben iets meer tijd om te twijfelen, en de gekte van pluspercentages van 20 procent per jaar is een herinnering geworden. Op de kortste termijn is dat gezond. Op de lange termijn zorgt het voor iets wat Amsterdam decennia niet meer heeft gekend: een normalere woningmarkt.
Huizenmarkt Q2 2026 in cijfers
Landelijk stegen bestaande koopwoningen 4,2% op jaarbasis. De gemiddelde transactieprijs in juni 2026 was 496.235 euro. Er wisselden 20.378 woningen van eigenaar in juni alleen (+7,9% t.o.v. juni 2025). In het eerste halfjaar van 2026 werden 114.901 woningen verkocht, 5,5 procent meer dan in het eerste halfjaar van 2025. Bron: CBS/Kadaster.