Het beeld van de schraalhans-gepensioneerde die elke euro moet omdraaien, mag wat ons betreft het museum in. Het Centraal Bureau voor de Statistiek laat namelijk iets heel anders zien: de Nederlandse 65-plusser is de rijkste spaarder van het land. Gemiddeld staat er 75.300 euro op zijn of haar bankrekening. Geen enkele andere leeftijdsgroep komt in de buurt.
“60-plussers bezitten meer dan de helft van al het private vermogen in Nederland — pensioenen niet meegerekend.”
De cijfers liegen er niet om. Tussen 65 en 75 jaar bedraagt het gemiddelde spaartegoed 76.600 euro. Tussen 75 en 85 jaar 75.000 euro. En zelfs de 85-plussers houden er nog altijd ruim 70.000 euro op na. Dat geld wordt op latere leeftijd vaker aangesproken — voor zorg, een verhuizing, of een schenking aan de kleinkinderen — maar van leegeten van de spaarpot is geen sprake.
| Het gemiddelde liegt — maar niet zoals u denkt. Critici wijzen er graag op dat gemiddelden vertekenen. Klopt: de mediaan bij 65-plussers ligt op 35.600 euro. De helft van de senioren heeft dus minder. Maar zet dat eens af tegen de twintigers, die het met een mediaan van 9.800 euro moeten doen, of de starters van 35-45 die op 15.200 euro blijven steken. Zelfs de "arme" helft van de senioren is rijker dan vrijwel elke jongere generatie. De vermogenskloof tussen oud en jong is geen detail. Het is het verhaal. |
Wie betaalt straks de rekening?
Hier wordt het ongemakkelijk. Terwijl jongeren zich blauw betalen aan torenhoge huren en onbetaalbare koopwoningen, zit de generatie die haar huis ooit voor een paar ton kocht inmiddels op een dubbele jackpot: een afgelost huis dat verviervoudigd is in waarde, én een spaarpot waar menig dertiger alleen van kan dromen. Volgens de cijfersbezitten 60-plussers meer dan de helft van al het private
vermogen in Nederland — pensioenen niet meegerekend.
“Het beeld van de schraalhans-gepensioneerde mag wat ons betreft het museum in.”
Dat is geen verwijt aan de individuele spaarder. Wie zijn leven lang werkt en zuinig leeft, verdient zijn appeltje voor de dorst. Maar het roept wel een politieke vraag op die te lang is weggeduwd: hoe houdbaar is een belastingstelsel dat arbeid zwaar belast en vermogen relatief mild? Zolang Den Haag dat gesprek blijft mijden, groeit de stille kloof tussen de generatie die heeft en de generatie die hoopt.
De spaarrijke
senior is geen probleem. De politieke windstilte daaromheen wel.