Stille koopkrachtkampioenen: deze Nederlanders winnen wél van de inflatie

Economie
dinsdag, 02 juni 2026 om 14:50
generated-image (6)
Nederland kent in 2026 een paar onverwachte winnaars in de portemonnee: de ‘stille koopkrachtkampioenen’ zijn vooral lage lonen, sommige gepensioneerden en mensen met heel specifieke inkomensprofielen. Terwijl het gevoel blijft dat alles duurder wordt, laten de cijfers zien dat juist deze groepen relatief het hardst vooruitgaan.

Het opvallende beeld achter de cijfers

Het Nibud berekende dat de koopkracht in 2026 gemiddeld met 0,9 procent stijgt, oftewel zo’n vier tientjes per maand extra. Dat is minder dan het eerder verwachte plusje van 1,3 procent, omdat cao-lonen minder hard stijgen dan gedacht. Toch is er één rode draad: bijna niemand gaat er spectaculair op vooruit, maar een paar groepen wel net iets meer dan de rest.
De Miljoenennota en Nibud-doorrekeningen laten zien dat werkenden, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden allemaal gemiddeld een kleine plus noteren. Tegelijkertijd verandert er veel in toeslagen en belastingen, waardoor de ‘gemiddelde Nederlander’ in de praktijk niet bestaat: sommige huishoudens merken nauwelijks iets, anderen juist verrassend veel.

Wie zijn de stille koopkrachtkampioenen?

De eerste kopgroep bestaat uit mensen die minder verdienen dan het minimumloon, vaak in deeltijd en met onzeker werk. Voor hen stijgt de koopkracht gemiddeld met 2 procent, mede doordat de arbeidskorting extra omhooggaat en gericht beleid lagere inkomens ontziet.
Opvallend is ook de positie van huishoudens in de bijstand en bepaalde uitkeringsprofielen: een alleenstaande in de bijstand ziet een plus van rond 1,8 procent, een alleenstaande met uitkering van circa 40.000 euro zelfs bijna 3 procent. Daar staat tegenover dat zelfstandigen (zzp’ers) door de dalende zelfstandigenaftrek in sommige gevallen zelfs een koopkrachtval maken.
In de statistiek gaat bijna iedereen er in 2026 iets op vooruit, maar aan de keukentafel voelt dat anders. Toch zijn er stille koopkrachtkampioenen: groepen die wél winnen van de inflatie – soms zonder dat ze het zelf doorhebben.

Gepensioneerden met geluk

Gepensioneerden vormen een tweede categorie stille kampioenen – mits ze bij het ‘juiste’ fonds zitten. Volgens Nibud stijgt de koopkracht van veel gepensioneerden met aanvullend pensioen gemiddeld met zo’n 1 tot 1,5 procent, maar bij fondsen die al naar het nieuwe stelsel zijn overgestapt zijn uitschieters mogelijk tot 5 procent koopkrachtwinst.
Adviesbureau AON becijferde dat sommige pensioenfondsen bij de overgang naar het nieuwe stelsel de aanvullende pensioenen met gemiddeld 13 procent verhogen, wat neer kan komen op ongeveer 200 euro extra per maand voor huishoudens met een stevig aanvullend pensioen. Tegelijk waarschuwen Nibud en CPB dat gepensioneerden met een klein aanvullend pensioen veel minder profiteren, omdat hun inkomen vooral uit AOW bestaat.

De schaduwkant: wie blijft achter?

Waar de één stilletjes wint, blijft een ander hangen op nul of gaat zelfs achteruit. Tweeverdieners met midden- tot hogere inkomens zien vaak maar een minieme plus van rond 0,7 tot 0,9 procent, omdat hogere inkomens sneller toeslagen kwijt raken en in hogere belastingschijven vallen.
Voor zelfstandigen is de teneur ronduit somber: door de verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek blijft er gemiddeld nauwelijks koopkrachtstijging over, en in sommige scenario’s is er gewoon sprake van min. Ook huishoudens zonder loonstijging – bijvoorbeeld door vaste contracten zonder cao-verhoging – kunnen hun koopkracht zien dalen, zeker als energie- of woonlasten opnieuw tegenvallen.

Waarom voelt het toch niet alsof we winnen?

Dat de statistiek een plus laat zien, betekent niet dat het ook zo voelt aan de keukentafel. Gemiddelde koopkrachtcijfers vlakken hoge vaste lasten uit: hoge huren, dure kinderopvang, zorgpremies en structureel duurdere boodschappen zorgen ervoor dat het extra tientje hier en daar al snel verdampt.
Bovendien gaat een deel van de koopkrachtwinst bij lage inkomens via toeslagen; dat geld komt pas terecht als mensen de weg naar regelingen weten te vinden en geen fouten maken. Nibud benadrukt dat vooral jongeren, mensen met hoge onvermijdbare kosten en huishoudens die afhankelijk zijn van meerdere toeslagen financieel kwetsbaar blijven – ook in een jaar met theoretische plusjes.

Wat je met deze kennis kunt doen

  • Check of je tot een van de stille winnaars behoort (minimumloon, onder minimumloon, bijstand, aanvullend pensioen) en of je alle toeslagen benut.
  • Werk je als zelfstandig ondernemer, kijk dan kritisch naar je fiscale positie en buffer: de dalende zelfstandigenaftrek vreet aan je besteedbaar inkomen.
  • Houd nieuwe pensioencommunicatie van je fonds goed in de gaten; bij een overstap naar het nieuwe stelsel kan één brief het verschil betekenen tussen eenmalige geldregen of gemiste indexatie.
loading

Loading